is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET BOEK JOB EEN DEAMA.

377

waartoe hij behoort, of liever, een aantal zeer goede, zeer vrome maar zeer bevooroordeelde leden daarvan. Zij, die den bijbel bestudeeren, kunnen daarom de studie der heilige geschriften niet met denzelfden open geest naderen als zij het de letterkunde van ieder ander land kunnen doen. De invloed van den deelgenoot is onmiddellijk merkbaar, want er is iets, dat hij niet wil aanraken of laten aanraken.

Als wij dit bedenken, is het niet zoo zeer te verwonderen, dat wij geen geschiedenis bezitten van het Hebreeuwsche drama.

Men heeft geschreven over Joodsche poëzie en muziek, over Joodsche wetten en bouwkunst; maar over dezen specialen vorm van letterkunde heeft men zoo hardnekkig het zwijgen bewaard, dat er algemeen gedacht wordt, dat er geen drama was om over te schrijven.

Het tooneel kreeg in de kerkgeschiedenis reeds vroeg een slechten naam. Bij streng godsdienstige menschen vervult het de plaats van een armen bloedverwant, die zich gecompromitteerd heeft en wiens naam in den familiekring niet mag worden genoemd.

Toch ligt het drama daar gereed, en wacht het slechts op den man, die den tijd en den moed heeft ons het boek te schenken, waarin het grondig behandeld wordt. De veronderstelling, dat de Joden geen dramatische letterkunde zouden hebben voortgebracht, is op zijn minst genomen onwaarschijnlijk, ja, met de feiten voor oogen onmogelijk. Bij individuën moet, evenals bij naties, het drama in den een of anderen vorm te voorschijn treden en zich doen gelden, omdat zijne draden loopen door het weefsel van ons bestaan. Het leven is een drama, en een drama is het leven. Vroeger of later worden de ruwe feiten gegrepen en in het licht gesteld in dramatischen schrijfvorm. Ik beweer natuurlijk niet, dat wij in den bijbel de volheid en den eigenaardigen rijkdom vinden van het Atheensche theater, maar wel zien wij, dat, evenals in de vroegste geschiedenis van Griekenland, het dramatische element zich langzaam indrong bij den epischen en lyrischen dichtvorm, totdat het treurspel Job ontstond en een zangerig herdersspel, het Hooglied van Salomo.