is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN HET SPIJSVERTERINGSKANAAL.

geen invloed. Zonder twijfel bezitten sommige bacteriën van het spijskanaal het vermogen om eiwit te ontleden ; doch ook deze eigenschap hebben zij slechts zwak, en het is wel merkwaardig, dat juist de belangrijkste bacteriën der darmen in den regel eiwit niet ontleden. Verder mogen wij niet vergeten, dat de bacteriën zeiven pepton verbruiken, en wij hebben geen enkele reden om aan te nemen, dat zij meer pepton voortbrengen dan noodig is om in hun eigen behoefte te voorzien; wanneer wij dan in aanmerking nemen, dat g van alle faeces uit bacteriën bestaat, dan kunnen wij begrijpen dat er een zeer groote hoeveelheid pepton noodig is om zulk een massa te voeden.

Daar komt nog bij, dat wij in staat zijn een bewijs te leveren voor het feit, clat de darmbacteriën, in plaats van overvloedige hoeveelheden eiwit in pepton om te zetten, niet den veel korteren weg inslaan en de peptenen verteren, die door het normaal physiologisch verteringsproces gevormd worden. Dit zou geheel in overeenstemming zijn met het beginsel, dat functiën en zelfs organen, die niet meer noodig zijn een neiging toonen om in den loop van tijd te verdwijnen. Het is de vraag of bacteriën, die door vele geslachten in een medium leven, dat rijk aan peptenen is, het vermogen om pepton voort te brengen, niet grootendeels verloren. De onderzoekingen over den Bacillus radicicola, hebben in dat opzicht hoogst merkwaardige uitkomsten geleverd : van dit micro-organisme werd het eerst door Nobbe een reincultuur gemaakt, die onder den naam van Nitragine verkocht werd; de daarmee genomen proeven leverden echter geen bevredigende uitkomsten, zoodat het preparaat weer van de markt verdween. Daarentegen slaagde het „Bureau of Agriculture" te Washington erin culturen van Bacillus radicicola te verkrijgen, die aanleiding gaven tot rijke oogsten van spurrie, klaver, koren, boonen enz. Dit merkwaardig verschil in werking van verschillende culturen van hetzelfde organisme is nu verklaard door het feit, dat INobbe zijn culturen maakte in middenstoffen, die rijk aan nitraten waren en de bacillus de stikstof, die hij noodig had, niet aan de dampkringslucht hoefde te ontnemen; daardoor zou hij grootendeels het vermogen verloren hebben