is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

228

EEN BABYLONISCHE JOB

Uit den inhoud zelf is opgemaakt, dat de geschiedenis van den Babylonischen Job van Babylonischen oorsprong is en door de schriftgeleerden van Ashurbanapal van oudere Babylonische tabletten gecopiéerd moet zijn.

Zulks wordt nog bevestigd door het feit, dat onlangs een fragment van het verhaal gevonden werd in een heuvel ter plaatse, waar zich weleer de Babylonische stad Sippar verhief. Het verhaal moet in Assyrië zeer populair geweest zijn, want op de tabletten van de bibliotheek van Ashurbanapal heeft men niet minder dan drie afschriften ervan gevonden. Hoewel het desniettemin niet in zijn geheel is bewaard gebleven, is er meer dan genoeg van over, om ons in staat te stellen het in hoofdzaken weder op nieuw op te bouwen, een arbeid, die, afgescheiden van het belang dat het voor ons heeft door zijne overeenkomst met het boek Job, gerechtvaardigd wordt door zijne letterkundige eigenschappen, welke het tot de beste voortbrengselen der oude Babylonische litteratuur doet behooren. Het verhaal in zijn geheel vulde vier tabletten en, naar eene zoo nauwkeurig mogelijke schatting, bevatte elke tablet 70 regels, dat is dus bijna 300 regels voor het geheel, voorwaar een niet onbelangrijk getal voor een Babylonisch letterkundig werk.

Evenals het boek Job is het in dichtvorm; iedere regel heeft vier geaccentueerde lettergrepen en eene caesuur in het midden.

De held van het verhaal is een oude koning van Nippur, met name Tabi-utul-Bel, hetwelk beteekent: „Goed is de bescherming van God Bel". De stad Nippur was een van de belangrijkste middelpunten van Babylonië. Hare geschiedenis is, dank zij de gelukkige opgravingen in 1899 —1900, door de heeren Peters en Haynes, onder bescherming van de universiteit van Pennsylvanië ondernomen, tot het tijdperk van beschaving aan den Euphraat, d. i. vroeger dan 3000 jaar v. Chr. na te speuren. Hier zetelde de aanbidding van God Bel, wiens naam, als deel van 's konings naam, de verklaring in den tekst, dat Tabi-utul-Bel in Nippur leefde, bevestigde. Deze koning, die stellig vroeger dan in 't jaar 2000 v. Chr. moet geleefd hebben, was bekend