is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEINE TAMME DIEREN.

241

derijk behandeld. Ben legende bericht, dat de profeet, om een katje, dat op zijn arm ingeslapen was, niet in haar slaap te storen toen hij moest opstaan, zijn mouw afsneed.

Toen later het westen door de kruistochten in nadere aanraking kwam met het oosten, dat in dien tijd geheel tot den Islam bekeerd was, werd de kat ook naar Europa overgebracht, waar men haar toch tijdens het gansche verloop der middeleeuwen maar zelden aantreft. Het begrip van iets heiligs, althans van iets dat vereering verdiende, bleef haar ook hier vergezellen, en voor een deel heeft het zich, zij het dan ook in verzwakten en ontaarden vorm, tot heden in het volksgeloof gehandhaafd. Ook bij ons is de kat het lievelingsdier der vrouwen geworden; volgens het volksgeloof heeft slechte behandeling van een kat ongeluk ten gevolge. Als zij haar pooten wascht en //toilet maakt", dan voorspelt zulks dat men bezoek te wachten heeft, want zij ziet dat door den geest, die haar bezielt en die de toekomst voorzien kan. Bijzondere bescherming viel haar indertijd ten deel in Wales en in Saksen, waar hij, die een kat doodde, tot straf zooveel koren betalen moest, dat het aan zijn staart opgehangen dier, dat met de snuit tot aan den grond reikte, er ten volle door bedekt werd.

Zoo als van alle huisdieren hebben zich ook van de kat verschillende variëteiten gevormd, wier ontstaan grootendeels het gevolg is van klimatische invloeden en van aanpassing aan de omgeving in de vele landen, waar zij inheemsen geworden is. Tegenwoordig is de kat immers ten eenenmale kosmopoliet geworden en ontbreekt alleen in het hooge noorden en in de hooge bergstreken, waar zij het klimaat niet verdragen kan.

Overal elders, waar men een gezeten bevolking vindt, treft men dit dier aan, ter verdediging tegen de muizenplaag, even als de Grieken en Romeinen tot verdelging dezer knaagdieren wezels en marters in huis hielden. In de Helvetisch-Romeinsche koloniën, waar wij de overblijfselen van de skeletten van kippen en pauwen aantreffen, vindt men geen spoor van de huiskat, waarvan Grieksche en Romeinsche schrijvers dan ook eerst in de vierde eeuw na Christus gewag maken.

W. B. II, 1907. 16