is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET OUD-JOODSCHE SCHOOLONDERWIJS.

339

noodzakelijke voorwaarden van natuurverschijnselen wordt gebruikt, evenzoo werd bij de oude Joden hun woord Torah ook op de gevestigde wereldorde toegepast, aangezien die als niet minder goddelijk placht te worden beschouwd dan de instellingen van hun eeredienst en wat daarmee onafscheidelijk was verbonden.

Men behoort hier wel van doordrongen te zijn, wil men de tallooze bijbelsche en vooral Talmudische toespelingen hierop volkomen begrijpen, vooral daar, waar het in verband staat met het gewicht, dat de Hebreërs plachten te hechten aan de opvoeding der jeugd en aan het streven naar geleerdheid, ook waar er geen rechtstreeksch voordeel van te wachten was. Allerwege verspreid door den Talmudischen doolhof heen, trekken uitvoerige voorschriften onze aandacht over schoolwezen, over de onderwerpen en leerwijzen, die in de scholen te pas komen, en over de vereischten voor het les geven. Dit alles is echter in nauw verband gebracht met het algemeene doel van het onderwijs, volgens den Talmud gelegen in het leven overeenkomstig de Wet. Geleerdheid op zich zelf werd als bijzaak beschouwd. De hoofdzaak bij de ontwikkeling des geestes was, in het oog der schriftgeleerden, een onberispelijke levenswandel; en om dat doel te bereiken, gold de destijds voor de Joden bereikbare geleerdheid voor den eenigen steeds betrouwbaren gids. Op menige plaats van den Talmud vinden we omschrijvingen der welbekende spreuk „Non scholae, sed vitae discimus". Het bestudeeren der Torah wordt aangeprezen; maar het dienovereenkomstig handelen moet de hoofdzaak zijn.

In den bijbel moeten we den oorsprong zoeken van het schoolonderwijs en de opvoedingsdenkbeelden, die we in den breede ontwikkeld vinden in de latere litteratuur der Joodsche schriftgeleerden. De letter van den bijbel gold voor het in alles den doorslag gevende gezag, wat betreft staatszaken en maatschappelijke verordeningen: maar het ontbrak daarbij geenszins aan haarkloverij, waar het pogingen gold, om een bepaalden bijbeltekst in overeenstemming te brengen met de verschijnselen en behoeften van het dagelijksch leven. Tot den bijbel dienen we het gansche op-