is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

358

HET ONTSTAAN VAN DIAMANT IN DE NATUUR EN DE MEEST

een boom, even als het gom, zoo als Brewster meende, of uit de langzame ontleding van plantaardige of dierlijke stoffen, die rijk waren aan koolstof, zoo als men langen tijd geloofd heeft.

De geleerden, die den diamant voor een product uit het minerale rijk houden, zijn het overigens ook volstrekt niet met elkaar eens: sommigen zijn van meening, dat dit lichaam ontstaan is door scheikundige ontleding of door sublimatie, anderen zien er de vereenigde werking van warmte en hoogen druk in of wel zij houden het er voor, dat uitbarstingen het kostbaar mineraal door de lagen deiaardkorst heen naar de oppervlakte gevoerd hebben.

Hoe dit ook zij, wij voor ons zijn van meening, dat de diamant een verschillenden oorsprong kan hebben op de verschillende plaatsen waar wij hem vinden; dergelijke feiten nemen wij in onze laboratoria herhaaldelijk waar; wij zien dikwijls een zelfde lichaam ontstaan door verschillende werkingen: wij kunnen b.v. loodkristallen krijgen door dit metaal te smelten en de vloeistof langzaam te laten afkoelen ; maar wij kunnen dezelfde kristallen ook verkrijgen door azijnzuur-loodoxyde door middel van zink te ontleden. Langs beide wegen, die toch geheel verschillend zijn, verkrijgt men kristallen van lood; het is dus geenszins ongerijmd om aan te nemen, dat ook de natuur, al naar de plaatselijke omstandigheden en naar den aard van de lichamen, waarover zij te beschikken had, langs verschillende wegen de koolstof heeft omgezet in een kristallijn lichaam, den diamant.

De oorzaak, waarom men tot heden nog zoo weinig zekerheid heeft omtrent het ontstaan van den diamant en waarom alle pogingen, die men heeft aangewend om hem kunstmatig te verkrijgen, gefaald hebben, moet daarin gelegen zijn, dat men dit mineraal nog nooit gevonden heeft op de plaats, waar — en te midden van de stoffen, waaruit hij ontstaan is.

Dat geeft ook een verklaring van het feit, dat de schitterende onderzoekingen van Moissan, ondernomen naar aanleiding van de ontdekking van den doorschijnen den diamant in de meteoriet van Canon Diablo, tot de eindelij ke oplos-