is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MIDDELEEUWSCH MYSTICISME.

403

De heilige Franciscus heeft aan de menschen der middeleeuwen den vrede met zich zelf geschonken, waarnaar zij smachtten. De eenige prikkels, waarvoor deze menschen gevoelig waren, waren prikkels van godsdienstigen aard, en nu predikte hij hun den godsdienst op zulk eene eenvoudige wijze, dat ze er wel door getroffen moesten worden; hij veroverde zich de harten van alle kleine luiden en van alle verschoppelingen, door zich te midden van hen te bewegen, als een arme, een bedelaar, evenals zij zelve.

Geen wonder dus, dat hij een ontzettend grooten invloed moest krijgen niet alleen door zijn prediken voor de menigte onder welke hij zich bewoog, maar ook door het leger van broeders, die zich bij hem aansloten en hetzelfde leven leidden als hij.

De bedelmonniken, oorspronkelijk onder de leiding van den heiligen Franciscus vereenigd en door zijn geest bezield, hebben in de middeleeuwen eene groote rol gespeeld en zijn door het volk steeds met groote vreugde en dankbaarheid ontvangen.

Wij behoeven hier niet na te gaan wat er later van hen geworden is, hoe zij in den loop der geschiedenis hunne waarde en hun reden van bestaan verloren hebben. Wij constateeren slechts, dat Franciscus en de orde der monniken, die hij in 't leven geroepen heeft, oorspronkelijk even natuurlijk zijn ontstaan en evengoed invloed hebben uitgeoefend als denkwijzen, die in andere tijden ontstonden, in andere perioden der menschelijke geschiedenis.

Wanneer wij dus de geschiedenis, vroeger gewijde genoemd, binnen de grenzen der algemeene geschiedenis terugbrengen, zien wij, dat zij geen speciale toelichtingen behoeft. Wij zien zelfs, dat de grond der menschelijke natuur zich daar in groote trekken op dezelfde wijze heeft geopenbaard als overal en ten allen tijde.

En, daar de menschelijke natuur zich steeds gelijk blijft, zijn de bizondere verschijnselen, welke ons op het eerste gezicht abnormaal toeschijnen, slechts voorbijgaande vormen, die hunne verklaring vinden in den aard van den tijd waarin zij voorkomen.

Wij hebben alzoo gezien, hoe het geloof aan een dua-