is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLEINE TAMME DIEREN.

409

paren uit Afrika ontbood, in afzonderlijke inrichtingen voor de tafels der rijken gefokt. In de middeleeuwen schijnt het dier uit Europa verdwenen te zijn en eerst in later tijd is het op onze hoeven teruggekeerd; in Indie was het nog in 1 848 een vogel, die alleen op de hofsteden der voornamen voorkwam. Reeds vroeg werd het naar de Nieuwe Wereld overgebracht, waar het, vreemd genoeg, veel grooter neiging tot het vormen van variëteiten toonde dan in de Oude, en op verschillende plaatsen, b.v. op Jamaica en St. Domingo, verwilderd is. In Brazilië komt een witte variëteit voor, naast grauwe en bruine, sommige met de gewone vlekken geteekend, andere niet; de parelhoenders, die op de Antillen verwilderd zijn, zijn daarbij kleiner en donkerder geworden.

De thans in tammen staat in Europa algemeen verspreide kalkoen, komt in het wild alleen in het noorden en oosten van Amerika voor ; vele Indianenstammen vereerden het dier eenmaal als hun stamvader, maar geen dier stammen was gezeten genoeg om in staat te zijn het dier te temmen en in gevangenschap te fokken. Dit geschiedde eerst door de meer beschaafde volken van Mexico en in Yucatan, waar de Spanjaarden bij hun komst dit dier reeds als huisdier aantroffen. Naast den tammen hond maakte de kalkoen het voornaamste vleeschvoedsel dier volken uit.

De muskuseend en de kalkoen zijn de eenige tamme dieren van eenige waarde, die wij aan Amerika te danken hebben; de laatste is ongeveer in het jaar 1530 naar Europa overgebracht; tusschen 1550 en 1560 vindt men hem reeds als een uitgezocht fijne schotel vermeld en wel het eerst in Spanje, waar ook nog heden de kalkoenen het meest gefokt worden. Na 1560 treffen wij den kalkoen ook in Duitschland aan, en wel vinden wij het eerst melding van dit dier gemaakt bij gelegenheid van een rijk bruiloftsmaal te Arnstadt, waarbij niet minder dan 150 stuks dezer dieren door de gasten gebruikt zouden zijn. In het jaar 1561 werden te Augsburg twee groote hanen met 31 gulden betaald en vier jonge met twee gulden het stuk. Honderd jaar later werd het dier door Tavernier naar Perzie, nog later naar Indie overgebracht, waar het echter niet schijnt