is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DEN CIRKELOMTREK.

438

niets te maken; men kan zich gemakkelijk er van overtuigen, dat men daarbij schier uitsluitend te rade gaat met de afwijking der wijzers van den verticalen en den horizontalen stand en ook met den hoek, dien zij met elkander maken. Daarom is men in staat op groote afstanden, wanneer men zelfs geen enkel cijfer kan onderscheiden, nog met voldoende zekerheid den tijd te schatten, en alle veranderingen van de wijzerplaat, waardoor die eigenaardige wijze van aflezen onmogelijk zou worden, zijn ten eenenmale verwerpelijk; een dergelijke schatting zou veel bezwaarlijker worden als men de wijzerplaat in 24 deelen verdeelde, en evenzeer als men daarbij het tiendeelig stelsel te pas bracht.

De onderscheiding der uren van den nacht van die des daags blijft een bezwaar, dat echter bij het aflezen der wijzerplaat zelf niet bestaat, omdat iemand, die op de klok kijkt zich niet daarin vergissen zal of bet dag of nacht is, zoo lang als ten minste het electrisch licht den nacht nog niet gelijk gemaakt heeft aan den dag. Men heeft dus alleen bij het spreken en schrijven eenige aanduiding noodig of men uren van den dag bedoelt of van den nacht, en daarvoor bestaan middelen te over.

De toepassing van het metrieke stelsel op de verdeeling van den dag, die, als zij gepaard gaat met de verdeeling van den cirkel in 400 graden, de berekening vergemakkelijken zou, zal langzamerhand misschien wel plaats hebben, maar, naar wij hopen, dan alleen in de wetenschap en de techniek; voor de practijk heeft de tegenwoordige methode zoo groote voordeelen, dat men het publiek met een verandering zeker geen dienst bewijzen zou.

Niet ondenkbaar is het ook, dat de tegenwoordige verdeeling der aardoppervlakte in vier en twintig gordels, waarbinnen alle plaatsen denzelfden tijd hebben, terwijl van den een op den ander de tijd telkens een uur verspringt, slechts een overgang is en dat deze gordeltijd eenmaal plaats zal maken voor een algemeenen wereldtijd, die geheel onafhankelijk is van de plaats, waar men zich bevindt. Op den duur zullen zeker de thans nog bestaande verschillen in tijd bij het steeds drukker wordende verkeer tusschen ver van el-

W. B. II, 1907. 28