is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KOLONISATIE IN TUNESIË.

393

Alvorens verder te gaan, laat ik hier een kleine uitweiding over de Habous volgen.

De Habous dan zijn (althans oorspronkelijk) landerijen en andere gronden, die door inlanders bij uitersten wil als een soort van fideïcommissen zijn nagelaten. Er zijn twee soorten van. De publieke Habous zijn goederen, die eeuwigonvervreemdbaar moesten zijn, en bestemd waren om godsdienstige instellingen en openbare werken tot stand te brengen of te onderhouden. De particuliere Habous dienden om de familie van den erflater voor armoede te bewaren. Beide soorten van Habous vloeiden voort uit de grondgedachte, dat zoowel de afstammelingen als de bezittingen en instellingen der geloovigen voor ondergang, verval en achteruitgang moesten worden behoed.

De eerste inbreuken op deze aloude fundaties dagteekenen van het jaar 1888. Toen werd een bepaalde hoeveelheid • akkerland, daartoe behoorende, publiek verkocht. Inlanders zoowel als Franschen mochten opbieden; maar, als zijnde financieel sterker, wonnen de laatsten het voor vijf zevenden van de eersten. Later dwong men het Habous-bestuur om zijn zegel te hechten aan het verruilen van deze bezittingen tegen onroerende goederen van gelijke waarde of tegen geld. Voor al deze maatregelen viel veel te zeggen. Maar hoor nu verder! In 1898 wisten onze oppermachtig geworden agrariërs het zóóver te brengen, dat er jaarlijks twee duizend hectaren Habous-landerijen zouden worden verkocht uitsluitend aan Fransche kolonisten. Dat was, om zoo te zeggen, een nekslag voor den grooten hoop der inlanders, omdat deze in 't algemeen niet kunnen leven zonder landbouw, als zijnde de nijverheid in het Regentschap van bijzonder weinig beteekenis.

Men stelle tegenover dergelijke handelingen den verlichten maatregel van Lord Cromer in Egypte, toen hij, tot delging van de Egyptische staatsschuld, het kroondomein liet verkoopen, en daarbij deze woorden gebruikte: „Eerst zullen we aan de Fellahs verkoopen, als hebbende dezen de oudste rechten op het bebouwen van den grond hunner vaderen. Na de Fellahs zullen de Europeanen aan de beurt komen."