is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

404

DE WAARHEID OMTRENT DE FRANSCHE

slechtste als de beste zijden van het Fransche volkskarakter vertegenwoordigd zien. Tot de laatstgenoemde categorie reken ik hier die nuttige, weldadige, vaak heldhaftige menschen, die in den besten zin opvoeders der onbeschaafde bevolking mogen heeten, — tot de eerstgenoemde de leegloopers, die geen andere bron van bestaan schijnen te kennen dan speculeeren of uitzuigen der inboorlingen. Met enkele staaltjes kan ik dit ophelderen. Ik weet, dat er van die heeren zijn, die bij voorbeeld een groote kudde varkens weten te voeden, door ze op akkers van inlanders te drijven. Komen die dan tegen zoo'n schandaal op, dan worden ze door bedreiging met schietgeweer of dergelijke overtuigingsmiddelen overbluft. En brengen die arme drommels dan hun rechtvaardige zaak voor het gerecht, dan zijn ze aan 't kortste end, ten minste, wanneer het door een Kaïd moet worden beslist : want die heeren zijn doodsbenauwd voor de aanraking met de Fransche justitie, die hun nog al eens op de vingers tikt.

Om er den lezer een denkbeeld van te geven, hoe dat slag van Europeanen zich in die streken weet te doen gelden, laat ik hier eenige staaltjes volgen van betreurenswaardige feiten, binnen het tijdsverloop van een jaar voorgevallen.

1. Zekere Fransche kolonist kreeg ruzie met een inlander. Hoewel deze laatste niets anders deed dan tegenspreken, werd hij door den ander doodgestoken. De rechter lei hem een schadevergoeding op van vijf duizend francs.

2. Te Souse (Suca) een geval van denzelfden aard; maar de moordenaar was hier een Siciliaan, clie op grond van zelfverdediging werd vrijgesproken.

3. Te Téboursouk was een kolonist zoo vrij om een inlander, onder voorwendsel dat deze hem eenige eieren ontstolen had, met een laars de hersens in te slaan. Hij kreeg slechts een kleine correctioneele straf.

4. Te Tébourba was het geval min of meer ingewikkeld. Volgens eeuwenheugend Mohammedaansch gebruik heeft iedereen weiderecht op openbare wegen met den aankleve van dien. Nu zijn echter sommige van die gronden in den laatsten tijd aan Fransche onderdanen toegekend. Een dezer