is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (3e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VÓÓR DE HERVORMING.

419

van een anderen leeke-patroon ëen tweede, iets rijkere parochie in het aartsbisdom Keulen, waarvoor weder een vicaris werd aangesteld, die hem de inkomsten, ten bedrage van 30 Kon. gl., uitkeeren moest. Weer elf jaren later verkreeg hij, andermaal in Luxemburg, een veel rijkere parochie, die hem 100 Kon. gl. 's jaars opbracht. Daarbij kwam hij nog in het bezit van een kanunniksprebende van dezelfde waarde. Hij moet toen minstens 34 jaren oud geweest zijn, en was in dienst van koning Karei IV, die hem als gezant aan de pauselijke curie zond. Van deze gunstige gelegenheid maakte Nicolaus gebruik om Z.H. te verzoeken hem in de beide laatstverworven prebenden te willen erkennen, en de in strijd met het kerkerecht genoten parochie-inkomsten te mogen behouden, nadat hij afstand gedaan had van de twee minst voordeelige parochiën. Clemens VI bewilligde zijn verzoek, zonder hem te verplichten, zooals anders gewoonte was, om een geldsom aan de pauselijke schatkist te betalen, onder den naam van Turkenbelasting Nicolaus had intusschen nog altijd noch de lagere, noch de hoogere wijding ontvangen, had nimmerin een der drie kerspelen gewoond, en bleef in dienst des Konings. Op zijn verzoek gaf de Paus hem nogmaals voor drie jaren dispensatie van den residentieplicht en van de heilige wijdingen.

Niet alleen werpt deze oorkonde een schel licht op de boven gelaakte misbruiken, zij vertoont ons ook de schaduwzijde van het prebenden-stelsel. Immers het blijkt daaruit zonneklaar, dat de kerkrechtelijke bepalingen ook zonder eenige pauselijke dispensatie konden overtreden worden, daalde wetenschap dier overtreding niet eens ter kennisse kwam van den H. Stoel. Aartsdiakens en hun bisschoppen toch hadden de nalatige handhaving der kerkelijke wetten van het opperhoofd der Kerk zelf geleerd. Kwam daarenboven de overtreding al eens in een enkel geval ter oore der curie, dan verkreeg de schuldige, zooals in het bovenstaande geval, toch nog dispensatie, gewoonlijk tegen betaling, en dezelfde on-

1) Gelden, opgebracht ten einde krijgstochten tegen de Turken te bekostigen.