is toegevoegd aan uw favorieten.

Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging jrg 3, 1931, no 1, 13-08-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is al even zeldzaam. Zelfs afgewolfde einden ziet men niet één op de honderd. Wel overal de rechte, schuine strooken zadel- en lessenaardak met eind-topgevels. Wanneer een bouwer deze elementen weet toe te passen, is het voor een gewoon huisje ook genoeg. Maar bij grootere huizen of gebouwen, waarop eenige daken vereischt zijn, wordt het voor den bouwer moeilijker. Hier dreigen de gevaren voor de schoonheid in het laten omloopen der daken op één hoogte met zgn. hoek- en kilkeepers, dat (reeds in de 17de en 18de eeuw gebruikelijk) in de 1 9de eeuw, met alles wat minder goed was, gretig werd overgenomen. Echter niet in de Vlaamsche kuststreek! Ik zal U na de boven dit artikel afgebeelde eenvoudige voorbeelden nog eenige meer samengestelde bouwwerkjes laten zien, zooals ik die hier zag, n.1. de nieuwe boerderij „het Klokhof" nabij Westende en een andere, gelegen tusschen de dorpen Oye en Grevelingen.

schuurtjes en dergelijke. Alleen voor zeer schamele woningen vindt men het schuine dak dus vlakker gelegd. Ik zag er een, waarvan men den voorkant nog alleen de gewone steilte had gegeven en achter en opzij de daken vlakker gelegd had (men zie het slotvignet.) Overal, waar sommige deelen der huizen minder nauwlettend besdhermd behoeven te worden, vindt men het flauwhellend dak bij het steilere 'hoofddak aangebracht. Geheele f 1 a u w h el lende daken vindt men op schuren, keeten en allerlei opzij open berg- en werkplaatsen. Flauw hel lende gedeelten der daken, waar schuurtjes e.d. bij het hoofdhuis aangebouwd zijn en boven inrijdeuren, welke in het bedrijf openstaan. (Zie de bovenste vier figuren van onderstaande afbeelding.)

Een ander gebruik van het flauw hellende dak wordt gemaakt voor het ondergedeelte van het schuine dak, voorzoover het buiten de muren uit-

Merkwaardig is, hoe goed de Vlaamsche bouwers ook de helling van het dak verstaan. Overal in de kuststreek is de helling va n het hoofddak steil, tusschen 45 en 60°; dat is de helling welke practisch het best bij alle weer in onze streken een dicht huisdak vormt. Een steiler dak (dat nog meer beschermt tegen hemelwater) past alleen bij overdadig zwaren bouw, b.v. op bijna massieve kasteel- of kerktorens. Een vlakker dak is goed, waar 't er niet erg op aankomt, al valt er 'n druppeltje naar binnen, dus op

steekt. Hier behoeft evenmin angstig te worden uitgezien of er niet een druppeltje regen onder komt. Heel de kuststreek door ziet men de daken, waar ze oversteken, flauwer hellend. In niet geringe mate verhoogt deze beteekenisvolle vorm de schoonheid. Ook bij nieuwere landelijke gebouwen zag ik deze bouwwijze gevolgd. Bij andere, waar dit niet was gedaan, was de vorm ook minder mooi.

(Men vergelijke de onderste twee figuren van de voorgaande afbeelding met elkaar.)

3