is toegevoegd aan uw favorieten.

Het R.K. bouwblad; officieel orgaan der Algem[eene] Katholieke Kunstenaarsvereeniging jrg 3, 1931, no 3, 10-09-1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat de hoorders de illusie krijgen alsof 't geluid rechtstreeks van den preekstoel komt (zie fig. 7; P = preekstoel; L = luidspreker), daar men anders de onprettige gewaarwording krijgt van niet meer te weten, waar nu eigenlijk 't geluid vandaan komt.

Fig. 7.

c. Gerichte geluids kaatsing (klankbord of klankkaatser. Bij een eenigszins ingewikkelden vorm en ook bij een groote kerk wordt gerichte geluidskaatsing toegepast door middel van een klankbord of klankkaatser. Het klankbord moet niet horizontaal zijn aangebracht (fig. 8a), omdat dan slechts de vlak om den preekstoel zittenden de teruggekaatste geluidsgolven ontvangen. De bedoeling van den klankkaatser is tweeledig, n.1. 1 e. om als werkelijke kaatser dienst te doen door de geluidsgolven in voorwaartsche en in schuins-zijdelingsche richtingen te sturen; 2e. om de naar boven en achterwaarts gerichte geluidsgolven te beletten zich met den nagalm te vermengen. Doordat de klankkaatser deze golven naar voren werpt vrijwel tegelijk met het directe geluid, wordt dus het voorwaarts gerichte geluid versterkt. De klankkaatser moet daartoe liefst breed zijn en in elk geval vrij steil omhoog welven (fig. 8b). Hieruit volgt echter, dat dan ook achter den preekstoel geen hoorders moeten zitten. Het best zal dus de preekstoel onmiddellijk tegen een muur staan. In vele gevallen is dit niet gemakkelijk te verwezenlijken. Een geschikte plaats voor den

Fig. 8.

preekstoel is in fig. 9a aangegeven voor een eenvoudige, vierkante of langwerpige kerk. Deze plaatsing is ook mogelijk voor een kruiskerk zonder pilaren (figuur 9b.)

Doch, zooals uit 't bovenstaande wel duidelijk zal zijn, de meest aangewezen plaats uit een acoustisch oogpunt, juist voor kruiskerken (ook met pilaren) uitermate geschikt, is achter het altaar, zooals fig. 9c aangeeft. De muur zelf doet hier als klankkaatser dienst, zoo noodig, vlak achter den preekstoel, eenigszins in den vorm van een klankkaatser uitgehold. Op deze wijze is voortreffelijk uitgevoerd de kerk van St. Antonius-Abt te Oud-Delftshaven door architect Kropholler. Ik beveel den lezer ten zeerste aan om nog eens op te slaan de bladzijden 381 en 382 van het R. K. Bouwblad, nummer 25 van 1930, waar men interieur-afbeeldingen vindt van deze zoo hoogst interessante kerk. Tot slot van de hier uitgestippelde richtlijnen nog deze opmerking: het spannen van draden om de acoustiek te verbeteren is een verzinsel, dat geenerlei effect oplevert.

Uit het voorgaande zullen wij nu onze conclusies trekken voor verschillende kerktypen. IV. Kleine kerken en kapellen. Hierover valt weinig te zeggen. Dergelijke kerkjes hebben altijd den acoustisch meest gunstigen vorm, n.1. den langwerpigen zaalvorm. Het volume is klein, zoodat het niet moeilijk valt om den nagalmtijd klein te houden, zoo noodig door toepassing van een houten gewelf of anders door het inbrengen van acoustisch bekleedingsmateriaal. Overigens moet ik verklaren, eenigszins huiverig te zijn voor het aanbrengen van acoustisch materiaal in dergelijke kleine ruimten. Zoo licht maakt men de ruimte te dood. Voor zoover een preekstoel aanwezig is, kan hierbij de klankkaatser ontbreken.

44