is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

HET PLATINA.

metalenreeks, daar zij het rnoeielijkst smeltbaar zijn van alle metalen en metaallegeeringen. Alleen chroom smelt bij hooger temperatuur dan platina, maar bereikt toch niet het smeltpunt van iridium of osmium, dat men op 2300 tot 2500 graden schat. Bij deze temperatuur van 2500°, waarbij iridium begint te smelten, zou zelfs het platina beginnen te verdampen, terwijl ijzer, staal, koper en zilver het kookpunt bereikt zouden hebben; tin, zink, lood kunnen bij die temperatuur alleen in den vorm van damp bestaan. Het smeltpunt van rhodium ligt echter nog hooger dan dat van iridium en geen menschelijk oog heeft het in onvermengden toestand ooit gesmolten gezien. Om deze eigenschap van uiterst moeielijk smeltbaar te zijn is het platina in gebruik gekomen in een tak van nijverheid, die in den jongsten tijd een groote uitgebreidheid heeft verkregen: de tandheelkunde, voornamelijk voor de vervaardiging van valsche gebitten. Het émail der tanden moet bij het inbranden aan een zoo buitengewoon hooge temperatuur blootgesteld worden, dat alleen stiften uit platina daaraan weerstand kunnen bieden, en daarom is platina het eenige metaal, waaruit deze stiften vervaardigd worden. Dit hooge, moeielijk bereikbare smeltpunt der platinametalen is echter geenszins een beletsel tegen hun bewerking: reeds bij de roode gloeihitte wordt een legeering van platinametalen plastisch, zoodat zij met den hamer bewerkt, tot dun platinablik gewalst en tot uiterst dun draad getrokken kan worden. Het platina is uitnemend smeedbaar en voornamelijk aan deze eigenschap, die in 1772 door graaf von Sickingen gevonden werd, is het bestaan van een platina-industrie te danken.

Verder verschilt het platina ook nog van andere metalen door de eigenschap, dat het bij verwarming slechts weinig uitzet; terwijl de lineaire uitzettingscoëfficient1 van platina slechts 0,0000081 bedraagt, hebben de metalen, die, na deze, het minst uitzetten, goud en ijzer, de coëfficiënten 0,000014 en 0,000012, dus bijna het dubbele; de uitzettingscoëfficienten der andere metalen, die in de techniek

1) Lineaire uitzettingscoëfficient van een lichaam noemt men het zooveelste deel van zijn lengte als het langer wordt bij verwarming van 0° tot 1° C.