is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

ZAL HET BRITSCHE WERELDRIJK BLIJVEN BESTAAN

Spanje's macht daalde en Holland werd door strijd en arbeid de erfgenaam van het grootste gedeelte van Spanje's rijkdommen. Toen bracht Engeland zijn vijandschap van Spanje op Holland over. Aangevallen door Engeland, waarmede Frankrijk zich later verbond, moesten de Vereenigde Nederlanden de vlag strijken. Daarop begonnen Engeland en Frankrijk den strijd over de groote Hollandsche erfenis. Een oorlog moest uitmaken of de Nieuwe Wereld Fransch of Engelsch zijn zou. Zoo ontstond, door een strijd van drie eeuwen, eerst tegen Spanje, toen tegen Holland en 't laatst tegen Frankrijk, het Britsche Rijk en die strijd om de heerschappij der wereld eindigde eerst in 1815, toen Groot-Brittan je al zijne groote Europeesche mededingers had overwonnen. Het koloniale en handelsoverwicht van Engeland is alzoo slechts ééne eeuw oud.

Het begin van het Britsche wereldrijk was gelijk aan dat van alle andere staten en rijken en alleen zij, die onbekend zijn met de physiologïsche en historische wetten, die de wereld regeeren, kunnen den zegevierenden vooruitgang van het Angelsaksische ras veroordeelen. Deze wereld is niet een wereld van rust en vrede, maar een wereld van wedijver en oorlog. De natuur wordt geregeerd door de wet van den strijd om het bestaan, door de natuurkeus en door het recht van den sterkste.

Evenals boomen en dieren leven staten in een nooit eindigenden strijd om ruimte, voedsel, licht en lucht, en die strijd is een vermomde zegen, want hij is de oorzaak van allen vooruitgang. Ware het niet om dezen strijd, de wereld zou nog een wildernis zijn, door zijn oorspronkelijke wilden bewoond.

Het afschaffen van den oorlog zou een ongeluk zijn voor het menschdom. Niet de besten en sterksten zouden overblijven, maar de tragen en de ongeschikten en daardoor zou de eeuwige vrede tot ontaarding van het menschelijke geslacht leiden. Het is echter niet waarschijnlijk, dat er ooit een wereldvrede tot stand zal komen. Zoolang de menschelijke natuur blijft, zooals zij is, zoo lang als eigenbelang en niet grootmoedigheid de overheerschende beweeggrond is voor menschen en staten, zoo lang zullen de volken, die