is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN ANTIEKE MYTHEN.

271

week. In den derden boeteling der Odyssee, Sisyphos, is de menschelijke slimheid verpersoonlijkt, gelijk hier ook de naam zelf reeds aanwijst, om van de er bij gevoegde verhalen der lateren te zwijgen. Hij is voortdurend bezig, een geweldig rotsblok tegen een heuvel op te wentelen, maar als hij bijna de hoogte bereikt heeft, wendt een demonische macht den steen terug, en deze rolt weer naar beneden. En Sisyphos tracht weer op nieuw hem omhoog te wentelen: het zweet druipt van zijn ledematen, het stof stuift hem om het hoofd. Dit schetst aanschouwelijk het rusteloos streven van het menschelijk verstand, een streven, altijd hernieuwd en altijd even vergeefsch, vergeefsch ten minste met betrekking tot het laatste doel waarnaar de mensch streeft: zich zijn zaligheid en den hemel op aarde te verwerven. Naast de buitengemeene en wonderschoone aanschouwelijkheid, hier schooner dan ergens anders, is er ook groote diepzinnigheid in deze symbolen, wier uitdenker niemand kent noch ooit kennen zal: zoo is het leven der menschen, van gene zijde des grafs en van hooger standpunt uit beschouwd. Dat wil zeggen: dat is het leven der oningewijden, die ook, gelijk in de mysteriën geleerd werd, in de onderwereld in een poel met slijk liggen, terwijl de ingewijden bij de goden wonen. Het volk heeft daarbij geloofd aan den poel in natura en het leven bij de goden zich voorgesteld op zijn wijze, en ook geloofd wat in de gedichten van Orpheus en Musaios over het leven der vromen in de onderwereld te lezen was, dat zij daar bekranst aan tafels aanliggen en een eeuwig gastmaal hielden. En de verlichten maakten zich weer vroolijk over de eeuwige dronkenschap, die het loon der gerechtigheid zou zijn. Maar dit is toch blijkbaar niet minder symbolisch bedoeld dan zooals de vele plaatsen van het Nieuwe Testament, waar de heerlijkheid van bet Godsrijk onder het beeld van een gastmaal wordt voorgesteld, en de slijkpoel aan den anderen kant is niets anders dan het uitwendig beeld van de inwendige onreinheid der oningewijden. Overeenkomstig het tot nu gezegde zijn ook de overige symbolen voor den toestand en het leven der laatsten. De boosdoener Ixion, die Hera belaagde, is op een gevleugeld rad gebonden, dat eeuwig ronddraait: dat is de eeuwige oorzaak der woeste hartstochten.