is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

298

BIRMA.

China öf in Tibet en zijn van daar naar het uiterste N. W. van Birma afgezakt. Eerst circa 1850 kwamen ze opnieuw in beweging, om zich van de rijke vlakten in het Zuiden meester te maken; maar de komst der Engelschen heeft ze daarin verhinderd. In tegenstelling met de Shan hebben ze zich nooit met de Birmanen willen vermengen, voor wie ze een groote minachting koesteren. Het zijn magere en gespierde lui van gemiddelde grootte en als alle natuurmensen en sterk aan hun gewoonten gehecht.

In zijn moeilijk toegankelijke berglanden leeft de Kachinees een nomadenleven, in zijn onderhoud voorziende door jacht, veeteelt en primitieven landbouw van mais, rijst, katoen en opium. Over den schouder draagt hij een mes met lange breede kling, tegelijk wapen en werktuig. Daar zijn levenswijze geen bewaren van sieraden toelaat, draagt hij ze aan het lijf, waardoor hij er bijzonder aan gehecht wordt en ze de waarde van een fetisch voor hem verkrijgen. Zoolang ze met rast gelaten worden, erkennen ze het Engelsche protectoraat; mocht men ze evenwel in het bezit van hun hooglanden bemoeilijken, zoo zouden ze zeker aan de dalbewoners nog heel wat moeilijkheden kunnen veroorzaken .

De eigenlijke Birmanen vertoonen in hun uiterlijk, levenswijze en bouwwerken veel meer den invloed der Hindoes dan dien der Chineezen. Ze gelijken veel op Javanen, zijn, evenals deze, middelmatig groot met uitstekende jukbeenderen, bruinachtig van huidkleur, zorgeloos, en hebben bovendien — en daarin komen ze met de Siameezen en Annamieten overeen — veel lust in pretmaken; ze zijn verder kruiperig tegenover hun meesters, zoolang deze hen in het bezit laten van den grond, die ze als landbouwers noodig hebben en zorgvuldig béwerken. De vrouwen maken uiterlijk een gunstigen indruk; jammer dat het rooken van overmatig groote sigaren haar schoonheid allesbehalve bevordert. Ze zijn veel energieker dan de mannen en nemen daarom liever de krachtiger Chineezen tot echtgenoot; de nakomelingen uit deze huwelijken schijnen een bijzonder flink slag van menschen te zijn.

Vooral in het karakter komt de halve beschaving voor