is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1907 (4e deel) [volgno 1]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

444

DE GRIEKSCHE WETENSCHAP

leerden voor het werk der Grieksche wijsgeeren bezielde. ,/Diophantes zegt in zijn eerste boek, dat zijn arithmetica uit dertien boeken zal bestaan, en sommigen beweren, dat die alle nog bestaan. Onder anderen beweert Regiomontanus, ze in de Vaticaansche bibliotheek te Rome gezien te hebben ; tot nog toe zijn echter alleen de eerste zes in het licht verschenen, uit het grieksch in het latijn vertaald door Xylander, die ze ook met zorg verklaard heeft. Over de eerste twee boeken heeft Maxi mus Planudes geschreven; naar men zegt heeft ook Hypatia, een vrouwelijke wijsgeer en koningin van Alexandrië, er zeer geleerd over uitgeweid, maar haar werken zijn nog niet openbaar gemaakt."

Een zelfde belangstelling vindt men voor de werken van Ptolemaeus, die, in de middeleeuwen maar weinig bekend, aanleiding heeft gegeven tot ernstig werk ten tijde van dé Renaissance; zijn „Cosmographia" werd in het latijn vertaald door Angeli (Weenen, 1475); zij beleefde vijftien uitgaven tot de openbaarmaking van clen Griekschen tekst door Erasmus (Basel, 1533) en was het uitgangspunt van talrijke onderzoekingen tot in het begin van de zeventiende eeuw (Magini, Mercator). De „Almagest" verscheen eerst in het latijn (een slechte vertaling van Georges de Trebizon, Venetië, 1515) en later in het Grieksch met commentaren van Theon (Basel, 1538). Maar Archimedes is misschien wel degene geweest, die bij onderzoekers en geleerden de grootste geestdrift opwekte, zoo zelfs, dat men hem wel eens als de man beschouwd heeft, aan wien de moderne wetenschap haar oorsprong te danken heeft.

De handschriften van Leonardo da Vinei bevatten een overvloed van bewijzen voor deze stelling, die G. Seailles bijeenverzameld heeft: „van Leonardo da Vinei tot Galilei", schrijft hij, „wordt Archimedes gelezen, vertaald en besproken door alle mannen, die te recht beschouwd worden als diegenen, die de ware methode gevolgd en de wetenschap gegrondvest hebben. Ten tijde van Leonardo (1452—1519), waren de werken van Archimedes nog niet in druk verschenen en de handschriften daarvan waren zeldzaam; hij geeft den naam op van hen, die ze in bezit hebben en noemt vrienden, die in staat zouden zijn ze hem te verschaffen: „Borges