is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN GR00T-BRITTANJ15.

27

Aan het slot van het debat schreed de groote leider zonder ook maar een oogenblik stil te staan, zonder eenig teeken te geven, voor de laatste maal voorbij het gestoelte van den voorzitter en verdween toen voor altijd uit het Huis.

In zekeren zin was dit de laatste en zeker niet de minst nobele rede gehouden in die gouden eeuw van grootsch opgezette mannen die, welke dan ook hun tekortkomingen mogen geweest zijn, vervuld waren van een gevoel van onwankelbare verknochtheid aan de tradities die onze natie opgebouwd en veredeld hebben en waardoor de uitbreiding van de vrijheid in Engeland door ordelijke evolutie mogelijk geweest is. Het was een beroep op het Hoogerhuis zelf, zoowel als op de natie en het Lagerhuis, om er op te wijzen, dat het parlement bij het uitoefenen zijner functiën steeds doordrongen moest zijn van een geest van eerbiediging van de ongeschreven beslissingen der wijze mannen van de op elkander volgende geslachten, welke beslissingen te zamen de constitutie vormen, waaraan èn parlement èn natie onderworpen zijn.

Die rede behandelde eene strijdvraag, die, als zij eens opgeworpen was, ook opgelost moest worden, niet door eene omwenteling maar door nieuwe regelingen. Groote precedenten moesten niet losjes op zij geschoven of aanmatigend ontkend worden; maar voortdurende machtsoverschrijding van de zijde der Lords moest worden bestreden door eerlijke erkenning van de taak, waarvoor het Huis der Gemeenten gekozen wordt.

In dat verband mag herinnerd worden aan een eigenaardig pendant van Gladstone's laatste rede, namelijk de even gematigde als verstandige woorden van den sedert overleden hertog van Devonshire op 7 Mei 1907. Toen ijverde deze Lord voor eene hervorming van het Hoogerhuis, die het dichter bij het andere Huis en bij het volk zou brengen. Het Huis der Lords had volgens dezen staatsman „elementen van kracht en vele leden die door hun aanleg voor en ondervinding van regeeringsambten in vele richtingen in binnen- en buitenland groote diensten aan den staat bewezen hadden;" maar het had daarnaast ook ,/duidelijk in het oog vallende elementen van zwakheid."