is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MET MISS HITCHENER.

07

De deugd heeft een verdediger verloren, de ondeugd een aanhanger gewonnen," schrijft hij aan Miss Hitchener, als hij haar het droevig geval mededeelt. „Ik huiver van die gedachte. Maar moet het zoo zijn? Kan ik dat niet verhinderen ? Kan ik niet eens met hem praten ? Is hij doocl, koud, verloren, te niet gegaan? Neen, neen, niet onherstelbaar, niet gevallen als Lucifer, om nooit meer op te staan."

En vóór hij met Harriet uit York vertrekt, spreekt hij met zijn vriend, die door zijn schaamte medelijden opwekt, zegt hem dat hij hem uit eigen beweging vergeven heeft, dat hij niet meer de minste rancune tegen hem voelt, dat hij de zonde haatte, verafschuwde, maar niet clen zondaar.

En uit Keswick, waar hij met zijn vrouw en zijn schoonzuster op kamers woont, schrijft hij met een bloedend hart brieven van vergiffenis, teedere brieven, trachtend hem in eigen oogen te verheffen.

„Deze hartstocht van dierlijke liefde" schrijft Shelley aan Miss Hitchener „deze liefde die de valsche maatschappelijke geraffineerdheid verheven heeft tot een afgod waarvoor wierook gebrand wordt, heeft hem in een roes gebracht en onmachtig gemaakt zich door andere overwegingen dan die van eigen genot te laten leiden, Hoeveel waardiger voor een redelijk wezen is de vriendschap ! . . . . die van de liefde de gevoeligheid overhoudt, maar een goddelijke en verstandelijke, niet opgewekt door lage aardsche hartstochten."

Nu hij Hogg verloren heeft, klampt Shelley zich als een schipbreukeling aan Miss Hitchener vast.

„Uw brieven brengen weer leven in me ... . De kwijnende levensvlam wordt gevoed door de vonk der vriendschap .... Mefde, ik geloof dat dit woord niet past bij het denkbeeld, zijn gewone beteekenis sluit zelfzuchtige heerschappij in, de lage stompzinnigheid van door woede bezielde gekken, zooals ik eens er een was."

„Lieve vriendin, ik ken uw verstand, ik heb uw raad noodig .... Onze geesten zullen niet meer scheiden. Wij zijn te zeker van wat we zijn om te vreezen dat het anders zal worden."

„Laat een christen zooveel over geloof praten als hij wil,