is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

186

HET KRETENSER VRAAGSTUK

bergen, de rijkste bronnen van welvaart voor cle bewoners zijn hun akkers, hun boomgaarden en hun weiden. Zooals men weet levert de olijfboom hun voornaamste uitvoerartikel ; daarop volgt de „arobe,,, de vrucht van den Johannesbroodboom, die schier uitsluitend een product van Kreta en Cyprus is en vooral naar Rusland, Oostenrijk en Italië uitgevoerd wordt; verder worden huiden van geiten en schapen uit het eiland op de markten van het Oosten op hoogen prijs gesteld, evenals kaas, honing, appelen en peren. Daarentegen moeten de Kretensers alle manufacturen en metaalwaren die zij noodig hebben, een groot deel van hun levensbehoeften, o.a. granen, zout, suiker en koffie van elders krijgen. Daarin zou zeker verbetering komen, als er op het eiland goede wegen bestonden, waarlangs het graan zonder groote kosten vervoerd kon worden, zoodat men van zulke vruchtbare akkers als die in de vlakte van Messara, over het geheele eiland partij kon trekken ; wellicht zou er zelfs graan overschieten voor den uitvoer. De handel is dus ook hier ten zeerste afhankelijk van het beheer der openbare werken.

Ofschoon de daarvoor uitgetrokken som sedert 1898, toen zij slechts 49000 gulden bedroeg, viermaal zoo hoog is geworden, verraadt toch de voortdurende schommeling daarvan tusschen 125000 en 225000 gulden 'sjaars het gemis aan een vast stelsel, dat hoogst verderfelijk gewerkt heeft. Maar al te dikwijls heeft men, om een of anderen afgevaardigde te believen, hier den aanleg van een weg begonnen en kort daarna weer gestaakt, elders weer een brug aangelegd zonder aansluiting aan een weg, enz. Voor 1908 was er op de begrooting voor openbare werken een som van ruim 874000 gulden uitgetrokken ; waarschijnlijk zal dit geld niet verwerkt kunnen worden bij gebrek aan ingenieurs en werklieden en vooral wegens de onzekerheid van den algemeenen toestand. Toch strekt het der regeering tot eer, dat zij de noodzakelijkheid heeft ingezien om zich voor den aanleg van wegen groote opofferingen te getroosten. Zij is daartoe in staat, omdat sedert 1904 het tijdperk der chronische tekorten voorbij is; het overschot van 1905—1907 heeft haar in staat gesteld het tekort aan te zuiveren en de begroo-