is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

194

HET KBKTKNSEU VRAAGSTUK

van Griekenland, een feit van het grootste belang voor de oeconomische ontwikkeling van de landen aan het oostelijk gedeelte der Middellandsche Zee.

Wij kunnen ons niet verdiepen in een schets van het vele, dat men in deze richting van de toekomst verwacht; wij moesten echter een woord van die verwachting zeggen, omdat er geen beschaafd Kretenser is, die niet vast besloten is het zijne te doen om haar te verwezenlijken; met het oog op alles, wat wij omtrent den vooruitgang op geestelijk en stoffelijk gebied hebben medegedeeld, is de hoop op een vereeniging met Griekenland geen droombeeld van eenige weinige Pan-Uellenisten, maar berust zij op den vasten wil van het volk en op de overtuiging dat in die vereeniging een waarborg gelegen is voor onafhankelijkheid en verderen vooruitgang.

De vooruitgang van Kreta is vooral het werk geweest van de regeering van den Hoogen Commissaris Zaïmis; voor een groot deel is hij het gevolg van de uitstekende eigenschappen van den vroegeren Premier van Griekenland, van den vrede, dien hij tusschen de partijen tot stand bracht en van de orde, die op het eiland heerschte. Men vergete echter niet, dat zijn taak verlicht is door de overtuiging, die hij het volk wist in te boezemen, dat alles wat de orde en den vooruitgang bevorderde, het eiland een stap nader bracht tot de vereeniging met Griekenland, daar de mogendheden, zoodra de orde en de veiligheid verzekerd waren, hun troepen terugtrekken en de onderhandelingen met Turkije openen zouden.

Om te begrijpen waardoor die overtuiging op Kreta zoo algemeen is, zou men de geschiedenis van het eiland moeten nagaan vanaf de ontscheping der eerste internationale troepen in 1897, waardoor er een einde kwam aan de Turksche overheersching. Wij zullen ons echter bepalen bij een nadere beschouwing der twee beslissende gebeurtenissen, die tot den tegenwoordigen toestand geleid hebben: de beide volksbewegingen, waarvan de eerste in 1906 tot het optreden van Zaïmis aanleiding gaf en de tweede in 1908 een einde maakte aan zijn bestuur.