is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VAN DE MENSCHHEID OP AARDE.

279

waarde, öf het behoorde tot de vroeger genoemde Cordaïten. In het tertiaire tijdperk, onderverdeeld in eoceen, oligoceen, mioceen en plioceen, bereikt de organische evolutie haar hoogtepunt in de groote land-zoogdieren. In dit tijdperk, het Kainozoïsche of dat van de nieuwe geschiedenis in de vorming der aardkorst, ondergaat deze groote veranderingen, die bij de beoordeeling van de organische ontwikkeling niet over het hoofd mogen worden gezien. De laatste groote bergketens ontstaan, het is een tijd van grootsche vulkanische werkzaamheid. Groote uitgestrektheden van Midden-Europa, die nu droog liggen, werden door zeeën bedekt, zooals de Zwitsersch-Germaansche zee en de Panonische zee tusschen Donau en Sau; waar nu de ploegschaar hare voren door den akker trekt, waar vreedzame kudden weiden, over de landouwen die nu millioenen menschen tot woonplaats dienen, werd het honderden meters diepe water door hevige stormen opgezweept. Uit zijn woeste golven steeg de eeuwige melodie op, welker grondtoon vergankelijkheid is. Laten wij nagaan wat deze toovenaarster in het tertiaire tijdperk ten uitvoer gebracht heeft. In het eerste gedeelte meent men het ontstaan van vele kalksteenen, zandsteen, klei en mergel te moeten plaatsen; toen ontstonden de oudere bruinsteenlagen, de Nummuliten- en Flyschformatie der Alpen en Karpathen. Terwijl in Centraal-Europa een echte tropenflora opbloeide, ontstond de eerste groote zoogdierenfauna, eerst in betrekkelijk niet zeer groote vormen, zooals Rhinoceros occidentalis, 'het Palaeotherium, een voorlooper misschien van het paard, en vele anderen.

In de jongere tertiaire formatie vooral werd op de weelderigste wijze de materie met neutrale levensenergie omgezet in den zin van verdere ontwikkeling der reeds bestaande vormen, waarmede de hoogste trap van organische ontwikkeling voor de zoogdieren bereikt schijnt te zijn. Deze hoogste trap van organische ontwikkeling wordt door de tweede groote tertiaire zoogdierenfauna vertegenwoordigd ; door reusachtige verschijningen zooals mammoet, mastodon, dinotherium met twee slagtanden in de onderkaak, en anderen. Ook waren er toen reeds apen. Door het zeer warme klimaat ontsproten uit den Midden-Europeeschen bodem pal-