is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER DE ZICHTBAARHEID VAN BIJZONDERHEDEN OP DE OPPERVLAKTE DER HEMELLICHAMEN.1

Als men bedenkt hoeveel opzien de beroemde „Marskanalen" en hun raadselachtige verdubbeling sedert hun ontdekking gebaard hebben; hoeveel hypothesen, sommige van de meest gewaagde natuur, niet alleen door dilettanten, maar ook door ernstige natuurkundigen tot hun verklaring zijn voorgesteld, dan zal men erkennen, dat het zijn nut kan hebben, eens te onderzoeken, „welke afmetingen voorwerpen op de planeet Mars moeten hebben, om met onze kijkers nog waargenomen te kunnen worden."

Om de volledigheid zullen wij deze vraag ook voor de andere hemellichamen trachten te beantwoorden, op welker oppervlakte wij nog bijzonderheden onderscheiden kunnen, namelijk de zon, de maan en de planeten.

Het is algemeen bekend, dat wij, op het voorbeeld der Babyloniërs, den omtrek van den cirkel in 360 graden, den graad in 60 minuten en de minuut in 60 seconden verdeelen; om kleiner bogen te meten gebruikt men tiende en honderdste deelen van de seconde. De hoek, waaronder wij nu een voorwerp van bepaalde grootte zien, hangt uitsluitend af van den afstand, waarop het van ons verwijderd is.

1) O. Meissner, Himmel und Erde Nov. 1909.