is toegevoegd aan uw favorieten.

De kunst; een algemeen geïllustreerd en artistiek weekblad jrg 6, 1914, no 343, 22-08-1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 716 —

Het Seizoen 1914-15.

III. *)

Een smaakvol, op geschept papier gedrukt, prospectus brengt onseenoverzichtvandespeelvoornemensder Kon. Vereeniging Het Nederl. Tooneel voor Den Haag. De Raad van Beheer zegt daarin :

„Het zoowel voor s Gravenhage als ook voor onze Vereeniging zoo heuglijke feit: de heropening van den Schouwburg aan het Voorhout, doet ons met hernieuwden moed een nieuw speeljaar ingaan en van harte hopen wij (al zullen onze geregelde voorstellingen, noodgedwongen, voortaan Woensdags en Vrijdags, inplaats van zooals vroeger: Dinsdags en Vrijdags plaats hebben) dat onze oude abonnés en vrienden de Kon. Vereeniging trouw zullen blijven — en hun aantal door vele nieuwe moge worden aangevuld.

„Nu gunstiger omstandigheden het ons mogelijk maken meer geregeld te 's Gravenhage voorstellingen te geven, voelden wij ons verplicht een groot aantal nieuwe stukken op ons repertoire te brengen.

„Dubbel aangenaam is deze taak ditmaal, aangezien de terugkomst van Louis Bouwmeester bij de Koninklijke Vereeniging, ons m staat stelt belangrijke werken te doen spelen.

Uit het prospectus blijkt, dat niet minder dan tweeën-twintig stukken geheel nieuw worden ingestudeerd, en dat voorts van een twintigtal werken van het oude program herhalingen zullen worden gegeven.

Tot de laatste behooren: werken als ,,Androkles en de leeuw" (Shaw), „Domheidsmacht" (Emants), „Freuleken" (Roel vink), „Ferdinand Huyck" en „Sara Burgerhart", „Het Geheim" (Bernstein), „Haar groote dag" (Van der Feen), „Lentewolken" (Roelvink), „De Sterksten" (R o e 1 v i n k) en „Een wereld waarin men zich verveelt" (Pai 1le r o n).

Tot de twee-en-twintig nieuw ingestudeerde of nog in te studeeren werken behooren, behalve de speciaal voor Louis Bouwmeester op het repertoire genomene (,,De Koopman", „Richard III", „Madame Sans-Gêne", „Voerman Henschel", „Narcis", „Snijder Wibbel") en voor mevrouw M a n n aangekochte („Jeanne Doré"), de volgende, in ons vorig seizoenoverzicht nog niet genoemde nieuwe werken: „Moeder Mews" van Fritz Stavenhagen, waarin een bizondere rol is voor mevrouw Mann; „Blauwbaards laatste liefde", een oorspronkelijk-Nederlandsch stuk, van J. R o o r d a-H e i n e (ook „Wijzen en dwazen van Ben I m a en nog een derde oorspronkelijk Nederlandsch werk, waarvan de titel en schrijversnaam nog

*) Men zie ook De Kunst no. 339 en 340.

niet kunnen worden genoemd, zijn aangekondigd), „De Bentgenooten (La Camaraderie) van Eug. Scribe; „Het Land van Belofte" (The Land of Promise) van W. Somerset Maugham; „O, Riddertijd!" (When knights were bold) van Charles Marlowe.

Van het Duitsche tooneel nog, behalve de reeds vroeger genoemde werken: „De Snob" van Carl Sternheim en „Die goede oude tijd", een Biedermayer-stuk van LeoWalterStein; van het Deensche: het reeds te Amsterdam gespeelde „Kleine Eva", en „De lieve familie" van Gustav Esmann; en van het Italiaansche : het in dit blad gerecenseerde „Haar derde man", het geestige blijspel van S a b atino Lopez, waarvan eergisteren te Amsterdam de première ging.

De naamlijst der spelenden, der regisseurs en der overige leden van het gezelschap gaven wij reeds bij ons overzicht van Amsterdam. Het prospectus vermeldt voorts gegevens omtrent abonnementen en de prijzen der plaatsen.

HetRembrandt-Theater opent de volgende week (Zaterdag 29 Augustus) zijne deuren met eene herhaling van „De Tangoprinses". Reeds deze week had men zullen beginnen; maar mevr. Mary van der L u g t, die de titelrol speelt, is ziek.

De Derde Man.

Blijspel in drie bedrijven uit het Italiaansch van Sabatino Lopez, door Elisabeth Couperos-

Voor het eerst opgevoerd door de Kon. Ver. Het Ned. Tooneel, op Donderdag 20 Augustus 1914, in den Stadsschouwburg.

Geen gelukkiger keuze had de Koninklijke Vereeniging kunnen doen, dan dit verbazend geestige blijspel van den modernen Italiaanschen schrijver Sabatino Lopez! En vooral in deze tijden van depressie!. . . Daar is den geheelen avond gelachen om de geestigheden die in „De derde man" ten beste worden gegeven en die van een gehalte zijn dat den toets der kritiek gerustelijk kan doorstaan!

Wij zullen in ons volgend nummer het stuk uitvoerig bespreken. Voor heden zij slechts vastgesteld dat het stuk, in smaakvolle dekors, door de onderscheidene artiesten (hoofdpersonen: mevr. Gusta de Vos Poolman als het weeuwtje, en C. vanKerckh o v e n J r. als de derde man) in alle opzichten uitnemend werd gespeeld.

De zaal was vrij goed bezet en het publiek toonde zich goedlachsch en amuseerde zich rijkelijk.

N. H. W.