is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

100

DB KENMERKEN DER METALEN.

met de eigenschappen der electronen nader bekend gemaakt; zij spelen een groote rol in de zoogenaamde Röntgenbuizen, luchtledige buizen, waar een stroom door gevoerd wordt; van de katode gaan, zooals men weet, eigenaardige stralen, de katodestralen uit, die uit electronen bestaan, welke dooide katode afgestooten worden en daardoor, in verband met hun uiterst geringe massa, zeer groote snelheden verkrijgen. Waar deze electronen de oppervlakte van een of ander vast lichaam treffen, bij voorbeeld een platina-spiegel, die in de Röntgenbuis tegenover de katode is opgesteld, ontstaan de Röntgenstralen, waardoor wij de bekende photographieën van het geraamte der hand verkrijgen kunnen. De electronen spelen eveneens een groote rol bij de later ontdekte verschijnselen der radioactiviteit, daar zij bij het uiteenvallen der atomen van verschillende lichamen, producten daarvan zijn, die door de radioactieve lichamen met groote snelheid worden voortgeslingerd.

Een verschijnsel, waarmede dit vrij worden der electronen gepaard gaat, en dat voor ons onderzoek van het grootste belang is, is de zoogenaamde actino-electrische werking; als een metaal namelijk met licht van korte golflengte bestraald wordt, zendt het uit zijn oppervlakte electronen uit; daaruit leiden wij de gevolgtrekking af, dat zich in het inwendige van het metaal, als standvastige bestanddeelen electronen bevinden, die onder zekere omstandigheden vrij daaruit te voorschijn treden. Dit feit, n.1. dat zij vrije electronen bevatten, willen wij nu als hoofdeigenschap der metalen beschouwen en wij zullen onderzoeken, hoe wij daaruit alle overige eigenschappen kunnen afleiden. De eerste vraag, die wij daarbij te beantwoorden hebben is deze: in welken toestand moeten wij ons de electronen in het metaal voorstellen ? Wij gaan uit van de onderstelling, dat de kleinste deeltjes van het metaal, zijn atomen, gelijkmatig verdeeld zijn in de ruimte die het metaal inneemt, en in de tusschenruimte tusschen die atomen, die al naar den aard van het metaal, grooter of kleiner zijn, kunnen de electronen zich dan vrij bewegen. Het verschil tusschen twee metalen kan dan tweeerlei oorzaak hebben : ten eerste kan de ruimte tusschen ds atomen bij het een grooter zijn dan bij het