is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

106

DE AKYA SAMADSJ.

„kennis, alle geluk, onlichamelijk, almachtig, rechtvaardig, ,/genadig, ongeschapen, oneindig, onveranderlijk, zonder bevgin, onvergelijkelijk, de Onderhouder en Bestuurder van //alles, alles-doordringend, alwetend, onvergankelijk, onsterfez/lijk, vrij van vrees, eeuwig, heilig, en de oorzaak van het heelal." Maar haar opvatting van de Godheid is niet dezelfde als die in het Christendom, want zij gelooft in drie eeuwige substanties: God, geest en stof, terwijl het Christendom slechts in ééne gelooft; dit is geheel iets anders in opvatting en geest als de Christelijke leer omtrent de schepping uit niets.

Het eerste beginsel van de Arya Samadsj verklaart, dat „God alleen de ware bron is van alle wetenschap en van alles, wat met behulp der wetenschap gekend kan worden." Het tweede verklaart God zooals boven omschreven is, en zegt: ,/Hij alleen mag worden vereerd." Daarmede wordt het polytheïsme afgewezen. De eenige andere grondwaarheid, uitdrukkelijk vermeld in de tien beginselen die ieder adept van de Arya Samadsj moet onderschrijven, heeft betrekking op het oppergezag van de vier Veda's {Big, Yajoer, Sama en Atharva).

Strikt genomen vormen deze drie dogma's de hoofdinhoud van haar godsdienstleer. Maar er zijn verschillende andere leerstukken, waaraan practisch iedere Arya zich te houden heeft. Zij werden uiteengezet door haar stichter, Swami Dayananda Saraswati, in zijn boek „Satyart/i Prakash" (Het Licht der Waarheid), en vormen het officieel programma van de Samadsj. De voornaamste zijn:

a) Het geloof in de re-incarnatie der ziel of zielsverhuizing, en de overgang van Karma van het eene bestaan in het andere.

b) De verwerping van het geloof in de kracht van Shradha, d.i. van het volbrengen van verdienstelijke daden terwille van de zielen van afgestorvenen.

c) De verwerping van de meening omtrent het verdienstelijke van Tiraths, d.z. pelgrimstochten naar heilige rivieren of andere plaatsen.

d) De ontkenning dat andere boeken geopenbaard zijn dan de mantra's van de vier boven genoemde Sanhitas.