is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE SAMENSTELLING VAN HET BINNENSTE DER AARDE.

185

trouwens in elk gesteente voorkomen, stukken van den bovenwand loslaten en in het vloeibare magma verzinken.

En men heeft een reeks van onderzoekingen gedaan, die deze theorie bevestigen.

Volgens beide theorieën wordt echter de Bat hol iet1 vooruit gedrongen, zonder zich om de struktuur der bovenliggende gesteenten te bekommeren, maar ook zonder die struktuur te wijzigen (vorming der bergen).

Men weet echter uit de waarnemingen bij de zoogenaamde L a k k o 1 i e t e n 2, dat bij het opdringen van het magma, het daarboven gelegen gebergte opgeheven wordt, maar er bestaat nog geen voldoende zekerheid, in hoeverre het opdringen van het magma op den vorm der gebergten van invloed is geweest.

Bij alle plutonische gesteenten massa's merkt men op, dat in die massa's gangen voorkomen, ze soms doorkruisend, welke gangen mineralen bevatten, die aan de plutonische gesteenten zelve vreemd zijn.

Deze gangen wijzen op de uit het magma ontwijkende gassen en men kan hier weer een zekere volgorde constateeren, die met de bovengenoemde fumarolen-phasen overeenkomt.

Verder vindt men ertsgangen, die kiezen, glansen en blenden :! bevatten, alzoo zwavel- en arsenicum-verbindingen van zware metalen; zij komen overeen met de zwavel-arsenicum-fumarolen.

Ten slotte treft men dikwijls Dolomiet aan —• een verbinding van koolzure kalk en koolzure magnesia -- als resultaat van koolzuurproductie.

Uit alles, wat hierboven is medegedeeld, volgt nu, dat onze kennis van het binnenste der aarde — hoewel directe waarnemingen bijna totaal ontbreken — toch reeds zeer

1) Bathos - diepte, Lithos = steen.

2) Lakkos = groeve.

3) De metaalertsen dragen verschillende namen, al naar de stoffen, waarmede de metalen verbonden zijn; zoo spreekt men van koperkies ijzerglans, zinkbiende, enz.