is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IN CICERO'S BRIEVEN.

209

ge anders zoo geregeld schrijft." Dit schreef hij den 21sten October aan Quintus; de laatste brief van Caesar dien hij bezat, was toen juist 50 dagen oud, en van Quintus was geen schrijven bij de laatste zending geweest. Drie dagen laten kwamen toen de boden met de gewenschte berichten.

Niet altijd echter bedienden zich de briefschrijvers van Caesar's boden. Eenmaal bracht Pansa, waarschijnlijk de latere consul, berichten van Trebatius mede; een ander maal een architect, die wellicht bij Caesar geweest was om te spreken over de voor dezen uit te voeren bouwwerken in Rome. In October 54 vertrok een zekere Salvius, blijkbaar een dienaar, met allerlei zaken, die Quintus van huis noodig had; deze voer per schip van Rome naar Ostia, om zoo verder over zee de Rhöne te bereiken. Dit hing zeker wel samen met het jaargetijde en zijn bagage, want de Alpenpassen zijn slechts van Mei tot September vrij van sneeuw. Caesar's boden echter zullen wel gewoonlijk den kortsten weg over den Mont Genèvre gebruikt hebben, evenals hij zelf, ofschoon daarvan in de brieven niets staat.

Toen Quintus met zijn legioen in het land der Nerviërs lag, vroeg Cicero van uit Rome of hij zijn brieven met de boden van Caesar of met die van Labienus, Caesar's eersten onderbevelhebber, zou zenden. Quintus gaf evenzoo eenmaal zijn brief met de boden van dezen mede. Ook Labienus schijnt, althans tijdelijk, een geregelde postverbinding met Rome gehad te hebben.

Soms vermeed men met opzet de officieele boden. Er bestonden toch geen waarborgen, dat het briefgeheim niet zou geschonden worden. Cicero schreef in den regel zijn brieven zoo, dat zij niets bevatten wat hem comprornitteeren kon, zoodat een ieder ze lezen mocht.

Men hoort dan ook dikwijls, dat de ontvangen brieven bij de officieren van hand tot hand gingen. Quintus liet soms Caesar zijns broeders brieven lezen en zoo vernam deze, dat Cicero een gedicht op hem maakte. Bij monde van Quintus drong hij er toen op aan, dat Cicero het gedicht zou voltooien.

Over het geheel kwamen de brieven met prijzenswaardige zekerheid, al was het soms wat laat, ter bestemder

W. B. III, 1910. 14