is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BE NEVELHYPOTHESE VAN LAPLACE.

SOS

eeuw beschreven en in het algemeen geloofde men er aan, even zeker als men langen tijd de nevelhypothese als een vaststaand dogma beschouwd heeft. Onder de hedendaagsche geleerden heeft die hypothese in haar oorspronkehjken vorm geen aanhangers meer; zij is zoodanig gewijzigd, dat zij met latere waarnemingen beter in overeenstemming is. Laplace's opvatting van de wijze, waarop het zonnestelsel ontstaan is, geeft een bevredigende verklaring van vele verschijnselen, b.v. van den ring van Saturnus, van de directe beweging der planeten en van haar toenmaals bekende manen, en de tegenstand, dien zij in den eersten tijd, vooral van kerkelijke zijde ondervond, berustte op geen enkel argument van eenige wetenschappelijke waarde. Met de kometen echter wist men reeds toen geen weg; zij pasten niet in het stelsel. Laplace was dairom genoodzaakt aan te nemen, dat de kometen niet tot het zonnestelsel behooren maar als indringers moeten beschouwd worden, die uit geheel andere streken van het heelal tot ons komen en in sommige gevallen door de aantrekkingskracht der planeten, vooral door de groote planeet Jupiter, vast gehouden worden. Ook Kant was van oordeel, dat de kometen van geheel anderen oorsprong zijn als de planeten.

In de kosmogonische stelsels, die vóór den tijd van Kant en Laplace eenige aanspraak op wetenschappelijkheid konden maken, spelen de kometen een veel grootere rol dan in de hypothesen van den Duitschen wijsgeer en den Franschen wiskundige, die bijna identiek zijn. De Engelsche philosoof Whisten was zelfs van meening, dat de aarde eenmaal zelf een komeet geweest was en Buffon, die niet alleen «en groot natuurvorscher maar ook een schitterend schrijver was een combinatie die in Frankrijk veel meer voorkomt dan elders, geeft een boeiende, hoogst aanschouwelijke beschrijving van het verschijnsel, dat een komeet met duizelingwekkende snelheid in botsing komt met de zon en een stuk van dat hemellicht losrukt, uit welke massa daarna de planeten ontstaan. Op de vraag waar die tallooze kometen die om de zon loopen, van daan komen, blijft echter ook Buflon het antwoord schuldig.

Wanneer wij ons een voorstelling willen maken van den oorsprong van het zonnestelsel, waarin ook plaats is voor het ontstaan der kometen, dan moeten wij de stelsels van Kant en Laplace, die zoolang gegolden hebben als theorieën die de waarheid waarschijnlijk het meest nabij kwamen, geheel laten rusten en aannemen, dat in de oorspronkelijke nevelmassa, waaruit ons stelsel ontstaan is, van het begin af aan, verschillende afzonderlijke massa's gevormd zijn, zoodat de zon, de planeten met haar manen en de kometen ongeveer van denzelfden ouderdom zijn. Volgens de theorie van Laplace blijft het ten