is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

322

DE ARBEID VAN ROBERT KOCH.

schenpoozende koorts (febris recurrens) bewezen was, dat zij door micro-organismen worden in 't leven geroepen. Voor vele andere ziekten kon men een dergelijke oorzaak wel vermoeden, maar bewezen was hiervan niets.

Onder den nog verschen indruk van den oorlog van 1870—7] stelde men toen ter tijd het meeste belang in de ziekten, door wondinfectie ontstaan, en ook Koch wijdde aan deze het allereerst zijn aandacht. Het ontbrak hem wel is waar aan geschikt ziekenmateriaal, doch hij wist aan dit gebrek te gemoet te komen, door bij dieren, zooals muizen en konijnen, door middel van het inspuiten van rottende vloeistoffen, deze ziekten kunstmatig in 't leven te roepen, en reeds spoedig gelukte het hem, deze ziekten in den vorm van Septichaemie, Pyaemie, Phlegmonen, Gangraene en Erysipelas willekeurig te doen ontstaan en in te enten en het bewijs te leveren, dat bij elk dezer ziekten een eigen, afzonderlijk soort van bacterie in het spel is. Zijn beschouwingen over de aetiologie der wondinfectieziekten, in een klein boekje neergelegd (1878), verwekten zeer groot opzien en hadden ten gevolge, dat R. Koch, die tot nu toe als ,/Kreisphysicus" in Wollstein werkzaam geweest was, tot Regeeringsraad werd benoemd aan het nog jeugdige Rijksdepartement van hygiëne, waar hij over meerdere hulpmiddelen en wetenschappelijke hulpkrachten kon beschikken.

Van toen af kon hij in een snelle opéénvolging verdere fundamenteele werken het licht doen zien, waardoor hij een nieuwe wetenschap, de bacteriologie, grondvestte, die langzamerhand in een microbiologie is overgegaan, wijl zij gaandeweg steeds meer en meer het oog op protozoën moest vestigen, zoodat haar arbeidsveld zich thans over de plantaardige en dierlijke microben uitstrekt.

De enkele, weinige natuuronderzoekers, welke zich in dien tijd in 't algemeen met bacteriën bezig hielden, kweekten deze gewoonlijk in vloeistoffen, als bouillon, of in kunstmatige voedseloplossingen waarin de zouten van het bloed bevat waren; wilde men een enkele soort isoleeren, dan paste men een verdunningsmethode toe, waardoor men evenwel alléén die bacillen in reincultuur kon verkrijgen, die het overvloedigst in de uitwerpselen voorhanden waren, terwijl