is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET MODELLEEREN EN DE BEWEGING IN DE BEELDHOUWKUNST.1

I. Het müdelleeren.

Op zekeren avond, toen ik Rodin in zijn atelier was komen opzoeken, viel, terwijl wij aan het praten waren, de duisternis zeer snel in.

,/Hebt gij ooit een antiek beeld bij kunstlicht gezien?" vroeg mij plotseling mijn gastheer.

,/Neen, nooit!" riep ik met eenige verbazing uit.

,/Ik wek uw verwondering en gij schijnt het idee om beeldhouwwerk anders dan bij het volle daglicht te bekijken, als een zonderlingen inval te beschouwen. Natuurlijk stelt het volle daglicht het best in staat om een fraai werk in zijn geheel te kunnen bewonderen . . . Maar, wacht eens even! ... Ik zal u een soort van proef laten nemen, waaruit gij ongetwijfeld iets leeren zult. . ."

Al sprekend, had hij een lamp aangestoken.

Hij nam deze op en bracht mij naar een marmeren torso, die zich op een voetstuk in een hoek van het atelier bevond.

Het was een heerlijke kleine antieke copie van de Venus van Medicis. Rodin hield haar hier om zijn eigen inspiratie te prikkelen.

,/Kom wat dichterbij!" zei hij.

1) Door Paul Gsell in La Bevue van 15 Maart medegedeeld.