is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

350

HET MODELLEEREN EN DE BEWEGING

het werkelijk niet kunnen zeggen. Gij ziet dus wel, dat een artiest, zoo hij dat wil, niet alleen voorbijgaande bewegingen, maar een lange actie kan afbeelden, om den in de dramatische kunst gebruikelijken term te bezigen.

Om er in te slagen, behoeft hij slechts zijn figuren zoodanig te schikken, dat de toeschouwer eerst diegenen ziet, die cle actie beginnen en het laatst die, welke haar voltooien.

//Verlangt gij een voorbeeld in de beeldhouwkunst?"

Hierop opende hij een bordpapieren doos, zocht er in en nam er een photographie uit.

„Kijk," zeide hij, „de Marseillaise, door den machtigen Rude op een der zijmuren van den Are de Triomphe gehouwen.

nAux ar mes, citoyens /" buldert uit volle borst de Vrijheid, die in een stalen harnas gehuld, met haar ontplooide vleugelen de lucht doorklieft. Zij heft den linker arm hoog in het luchtruim op, om alle moedigen tot zich te roepen en met de andere hand richt zij haar zwaard tegen den vijand.

„Zij is ongetwijfeld het eerste wat men ziet, want zij overheerscht het geheele werk en de beenen die van elkaar wijken als om te loopen, zijn als een reusachtige circonflexe boven dit schitterend krijgslied.

Men schijnt haar zelfs te hooren, want inderdaad buldert die mond van marmer zoo luide, dat uw trommelvlies ervan zou scheuren.

Welnu, ternauwernood heeft zij haar roep uitgestooten, of men ziet de krijgslieden toesnellen.

Dit is de tweede phase der actie. Een Galliër met manen als van een leeuw zwaait zijn muts als om de godin te begroeten en men ziet hoe zijn jeugdige zoon smeekt, hem te mogen vergezellen. „Ik ben sterk genoeg, ik ben een man, ik wil mee optrekken!" schijnt het kind te zeggen, terwijl hij het gevest van een degen omklemt. „Kom!" antwoordt de vader, die hem met teederen trots aanziet.

Derde phase der actie: Een veteraan, gebukt onder het gewicht zijner uitrusting, spant zich in om zich bij hen te voegen, want een ieder, die nog eenige kracht bezit, moet