is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JN DE BEELDHOUWKUNST.

253

mijn bedoeling volkomen juist geraden hebt. Vooral hebt gij zeer juist de verschillende graden van heldhaftigheid in mijn Burgers opgemerkt. Om dat effect nog sterker te doen uitkomen, had ik, zooals gij ongetwijfeld weet, mijn Burgers achter elkaar voor het stadhuis te Calais zoo maar op de steenen van het plein willen laten vastmetselen als een levend reliek van lijden en opoffering. Zoo doende zou het den schijn gehad hebben, alsof mijn figuren zich van het Gemeentehuis naar het kamp van Eduard III begaven, en dan zouden de tegenwoordige bewoners van Calais, die hen bijna moesten aanraken, beter de traditioneele solidariteit gevoeld hebben, die hen aan deze helden bindt. Dit zou, denk ik, een machtigen indruk gemaakt hebben. Maar men verwierp mijn plan en drong mij een even smakeloos als overbodig voetstuk op. Men had ongelijk, daar ben ik zeker van."

//Artiesten," zei ik, ;/moeten helaas altijd rekening houden met gevestigde meeningen. Zij moeten zich reeds meer dan gelukkig achten, wanneer zij ook maar een deel van hunne schoone droomen kunnen verwezenlijken."

W. B. III, 1910.

28