is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (3e deel) [Inhoudsopgave]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

378

SVANTE ARRHENIUS* GESCHIEDENIS VAN DE DENKBEELDEN

ons de onderzoekingen van A. Ritter, die op deze twee grondslagen zijn opgebouwd, terwijl warmtegeleiding en -straling slechts als bijzaken beschouwd worden.

Volgens Ritter heeft eene gasmassa, die de door hem als geldig aangenomen wetten volgt, in het algemeen een uiterste grens, waar de temperatuur tot het absolute nulpunt daalt. Van daar af stijgt de temperatuur der massa naar binnen en is op ieder punt volkomen gelijk aan die van eene hoeveelheid gas die van af de uiterste grens tot dat punt zou vallen. We zullen hier de aardatmosfeer als voorbeeld nemen. Stel, dat de temperatuur aan de oppervlakte der aarde 16° was of 289° boven het absolute nulpunt, zooals dit gemiddeld het geval is, dan moet volgens Ritter de hoogte der atmosfeer 28,9 kilometers bedragen. Want als een kilogram water een kilometer valt, wordt zijn temperatuur = 2,35° verhoogd. Daar nu de soortelijke warmte van lucht 0,235 bedraagt, is eene hoeveelheid warmte, die een kilogram water 0,235° verwarmen kan, voldoende, om de temperatuur van een kilogram lucht 1° te verhoogen. Hieruit volgt, dat van een kilogram lucht, die een kilometer valt, de temperatuur 10° verhoogd wordt. Daar nu de temperatuur der lucht 289° boven het absolute nulpunt is, moet zij 28,9 kilometers vallen en dit zou dan de hoogte der atmosfeer moeten zijn.

Ritter heeft verder berekend, dat de hoogte van een atmosfeer uit waterdamp 350 kilometers zou bedragen, als de temperatuur aan de oppervlakte der aarde 0° was. Daar in de lucht w erkelijk een weinig waterdamp voorkomt, moet de atmosfeer ongeveer 2 kilometers hooger gerekend worden dan 28,9.

Dit komt echter, zooals Ritter zelf opmerkt, niet met de werkelijkheid overeen. Door waarnemingen in luchtballons is in de laatste jaren gevonden dat op eene hoogte van iets meer dan 10 kilometers de temperatuur der lucht bijna gelijk blijft, in plaats van naar boven 10° per kilometer af te nemen.

Ritter meent, dat deze afwijkingen van zijne berekening het gevolg zijn daarvan, dat de luchtgassen, in hoofdzaak zuurstof en stikstof, zich op groote hoogte tot wolken ver-