is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1912 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WAT ZIJN KOMETEN ?

95

onderlinge attractie onderworpen lichamen stelt de natuur ons in de z.g. „compacte sterrenhoopen" voor oogen. Hier zijn de leden der groep wel is waargtoote lichamen, sterren of zonnen, maar de wetten die de bewegingen en het evenwicht beheerschen zijn dezelfde. Al deze „compacte sterrenhoopen" zijn in het midden verdicht, terwijl de sterren naar de randen toe meer verspreid zijn, en tenslotte van de overige sterren van den hemelachtergrond zoo weinig te onderkennen zijn, dat men niet in staat is een bepaalde middellijn van zulk een sterrenhoop aan te geven.

De loopbanen der afzonderlijke sterren worden ook hier zóó langzaam beschreven dat men in de enkele tientallen van jaren, gedurende welke men fotografische opnamen van compacte sterrenhoopen heeft verkregen, nog geen relatieve beweging heeft kunnen constateeren. De berekening van deze banen, afgelegd onder de aantrekkende werking van een willekeurig aantal, n, andere lichamen, zou de oplossingvorderen van het z.g. „n lichamen probleem", hetgeen met onze wis- en werktuigkundige hulpmiddelen niet mogelijk is, maar eene benaderingsredeneering kan wel ongeveer het karakter dier banen aangeven.

Neemt men bijv. aan, dat een bolvormige sterrenhoop overal dezelfde dichtheid heeft en legt men door één der sterren een concentrisch boloppervlak met een straal r, dan oefent, zooals een bekende mechanische stelling leert, de bolschaal tusschen dit boloppervlak en de buitenste grens van den sterrenhoop op het bedoelde exemplaar geen attractie uit, maar alleen de binnenbol, welks massa indien de dichtheid met d wordt aangegeven |<^r3 of c r" bedraagt, als men den standvastigen factor 4/3 d n door de letter c aanduidt.

Het afzonderlijk beschouwde exemplaar, of, om weder tot de eerst besproken steenengroep terug te keeren, elke afzonderlijke steen, ondervindt dus eene naar het middelpunt gerichte aantrekking, groot c r> : r2 = c r. Zij is dus evenredig met den afstand evenals bij de z.g. „elastische beweging".

De steen beschrijft eene ellips en het middelpunt van den steenenhoop is tevens middelpunt dezer ellips.