is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1912 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER VROUW.

189

Tot dusver gelooft de meerderheid der biologen aan bepaling voor de bevruchting, aan mannelijke en vrouwelijke eicellen. Deze bestaan ongetwijfeld bij sommige lagere dieren en dan zijn de vrouwelijke eicellen de grootste. De hypothese de Lint raakt dan echter in het gedrang.

Overigens is er geen bezwaar tegen deze hypothese, maar zij verklaart evenmin als de vorige, hoe het samenkomen van de twee celkernen de spoorslag is tot de ontwikkeling van een nieuw leven. Dit blijft een geheel onopgelost raadsel.

Uit het boven gezegde kan blijken, dat men omtrent de biologische oorzaken van het verschil der seksen nog in het duister rondtast, maar zeer zeker kan men er niet de superioriteit van de eene of andere sekse uit afleiden. Wel zagen wij, dat de vrouwelijke cel op krachtiger stofwisseling is ingericht; maar deze inrichting is noodig, omdat de vrouw het noodige moet kunnen afgeven voor het kind in haar schoot en later nog voor den zuigeling. Heeft zij voor geen van beiden te zorgen, dan ontdoet zij zich door de menstruatie van het overtollige. Zij heeft dus een surplus, dat haar voor een bepaald doel gegeven wordt en dat wordt afgevoerd, als men het niet voor dit doel gebruikt. Daar is geen verschil uit af te leiden. Die het hier niet mede eens is, zou de bewering moeten opstellen, dat de vrouw het sterke en de man het zwakke geslacht is, en vermoedelijk zou het niet aan bewijzen ontbreken om deze bewering te verdedigen. Van eene neiging om deze gevolgtrekking aan te nemen is intusschen nog niets gebleken. Wel van eene zekere teleurstelling, dat het resultaat niet anders was. Om een ander resultaat te verkrijgen, heeft men zich toen op eene vergelijking geworpen van de eicel met de zaadcel of het zaaddiertje, die samen de bevruchting tot stand brengen. En tusschen die beide, tusschen de betrekkelijk groote, trage eicel en de betrekkelijk kleine, zeer bewegelijke zaadcel is schijnbaar groot onderscheid. Bij de bevruchting is de zaadcel, die door het vlies der eicel binnendringt, de aanvaller, terwijl de eicel eene passieve rol speelt.