is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1912 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

290

BRIEVEN VAN EENE ENGELSCHE DAME

zijn getuigen van hartbrekende tooneelen van ellende en het ergste is, dat wij er niets aan kunnen doen. Niemand kan met meer gevoelens van menschelijkheid bezield zijn dan de vorsten, dan Schwarzenberg en al de bevelhebbers, maar zij zijn machteloos om iets te doen, vooral tegen de kozakken, die God noch gebod kennen. Ik ben ziek van den oorlog met al zijn gruwelen. ... De onderhandelingen te Chatillon schijnen niet te vlotten.

Troyes, 12 lebruari. Wij zijn nog altijd hier. Ik verlang er naar ver te zijn van al de ellende die we hier om ons heen zien. Mijn hart bloedt er van en ik begrijp niet hoe de inwoners aan een hongersnood zullen ontsnappen als wij ze verlaten hebben. Ik heb nooit zoon onzindelijke stad gezien als deze en het aantal bedelaars is hier veel grooter dan zelfs te Dublin. Toch is er een heel goede schouwburg, waar ik eiken avond ben heengegaan en waar men kleine opera's en vaudevilles opvoerde. Het orkest bestond uit Russische muzikanten. Een van deze avonden was ik de eenige dame in de zaal. Alle rangen waren door militairen bezet. De stad, die een van de voornaamste van het land is, geeft een goed denkbeeld van den deerniswaardigen toestand van Frankrijk; ze staat nog beneden Deptford. Welk een aantal vrouwen met cle wanhoop op het gelaat! Jonge mannen ziet men hier niet, en wat mij in het bijzonder getroffen heeft, nooit komt men hier een zuigeling tegen. Gisteren avond kwamen, tot ieders blijdschap, Jules en Armand de Polignac hier aan ; zij waren uit Parijs ontsnapt, juist op den dag dat zij met den paus naar eene veilige plaats (Saumur) zouden worden overgebracht en ze zijn te voet hierheen gekomen. Ook zijn eenige Mammelukken van Napoleons garcle gedeserteerd. Een groot deel van het leger van Soult is reeds te Parijs en ik denk dat wij er spoedig den grooten lord (Wellington) zullen zien. Wij hebben tijding omtrent Blücher ontvangen.

Ik vrees dat vele van zijne korpsen het hard te verantwoorden hebben gehad, wij hebben kanonnen en veel soldaten verloren. De hoofdkwartieren zullen morgen naar