is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1912 (1e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

354

HET LONDENSCHE RASSENCONGRES

gevoerd en toch zijn er enkelen, zoowel hier als in Duitschland, die met een deel der pers hun best doen om een oorlog tusschen ons te doen uitbreken !

Wij vernamen een tijd geleden onheilspellende geruchten omtrent een mogelijken oorlog tusschen Duitschland en Frankrijk in zake Marokko. Maar het ging hier niet uitsluitend om eene kwestie tusschen Duitschland en Frankrijk. Een oorlog tusschen deze twee groote Mogendheden zou een ramp voor geheel Europa geweest zijn. Men kon zich dan ook moeilijk voorstellen, dat de diplomaten van een der beide landen zich aan eene misdadige oorlogsverklaring zouden schuldig maken. Zooals de Sillac, Permanent Secretaris van de Fransche Commissie voor de Derde Haagsche Conferentie terecht opmerkt,1 moet men in bijna alle internationale geschillen, ter beoordeeling aan welke zijde het recht is, niet met de aanspraken die een Staat laat gelden of met den uitslag harer militaire operaties te rade gaan, maar met het feit dat ze zich bereid heeft verklaard zich aan arbitrage te onderwerpen, terwijl de tegenpartij dit weigerde.

wHet weigeren van arbitrage zal de neutrale openbare meening in bijna alle gevallen in staat stellen partij te kiezen." Wanneer dus deze twee groote mogendheden hunne geschillen niet langs vriendschappelijken weg kunnen oplossen, zullen zij ze ongetwijfeld aan arbitrage onderwerpen.

Zooals de zaken thans staan, maakt elk land, dat den oorlog verklaart zonder zich aan arbitrage te storen, zich aan een zware misdaad schuldig, en moet het als een vijand van het menschdom worden beschouwd.

1) Bl. 413.