is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4

DAGBOEK VAN EEN RUSSJSCHEN ARTS

Een kleine magere grijsaard in een versleten uniform trad' binnen. Ik stelde mij voor en vroeg, wat ik te doen had.

»Te doen? Niets. U moet alleen aan het bureel uw adres achterlaten. Verder niets.«

Verder niets, en nu bleef onze arts, die wegens zijn snel vertrek thuis zijn zaken niet had kunnen regelen, in het garnizoen der divisie twee maanden op verdere bevelen wachten.

Den tijd kortte hij in het stedelijk ziekenhuis en met het bijwonen van keuringen. Het legerkorps, eerst bij de mobilisatie opgericht, bestond voor een goed deel uit reservisten, waaronder van de oudste jaren die grootendeels ongeschikt waren. Daar men er echter niet zoo veel missen kon, keurde men tal van gebrekkigen goed om ze naar Mandsjoerije te vervoeren, daar naar de hospitalen te verwijzen en weer naar Rusland terug te voeren. Nuttelooze geldverspilling, waarover niemand zich het hoofd brak. Op papier was immers alles in orde, het korps was op papier mobiel en de chefs waren gedekt.

Maar waar de beschaafde arts rustig kon wachten, viel dit moeielijker aan de aan de militaire tucht ontwende reservisten. En de officieren durfden niet al te streng optreden, omdat zij voor verzet vreesden. Trouwens welke maatregelen had men kunnen nemen? Deze huisvaders aan hunne gezinnen ontrukt, zochten in den brandewijn hun troost. En volstrekt niet op krijgsroem belust, riepen zij in hun roes,, dat ze even lief hier op last van den krijgsraad wilden worden dood geschoten als in Mandsjoerije door de Japanners. Zoo drukte men een oog toe en was het garnizoen de schrik van de stad. In de drankwinkels der keizerlijke regie sloegen ze alles kort en klein en achter de kazerne verkrachtten ze eenige dozijnen vrouwen en meisjes, die van de steenbakkerijen huiswaarts keerden.

Weressajew was middelerwijl bij een der twee ambulances van de divisie ingedeeld. Bij elke ambulance waren behalve de chef nog een actief officier van gezondheid en drie reserve-artsen, benevens o.a. vier Roode Kruis-zusters. Aan het hoofd der andere ambulance stond een bekwaam en»