is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIJDENS DEN RUSSISCH-JAPANSOHEN OORLOG.

19

Charbin en verder achterwaarts zouden vervoeren. Die veldhospitaalsrol zouden ze nog dikwerf vervullen, al waren ze ook eigenlijk bij eene divisie als ambulance achter de hulpverbandplaatsen ingedeeld.

Alvorens omtrent deze regeling iets mede te deelen, schijnt het noodig de bevelvoering bij den geneeskundigen dienst te bespreken, die, naast de algemeene oorzaken in Rusland, de oorzaak was der slechte regeling. Die bevelvoering was hoofdzakelijk in handen van leeken. De opperste chef, generaal Trepoff, was een voormalig gouverneur, die ook in die betrekkingen tekort geschoten scheen te zijn en de chef der veld-hospitalen, generaal Eserski, een zijner ondergeschikten, een voormalig commissaris van politie. Gewoonlijk bepaalden beide zich tot quaesties van tenue, militaire vormen, •enz. en als ze zich nu en dan op medisch terrein waagden, maakten ze flaters. De algemeene overtuiging van hunne onbekwaamheid was soms een wapen in de handen der artsen. Eens werd een arts van hoogerhand ter verantwoording geroepen, waarom hij eenige bevelen hem door generaal Trepoff gegeven niet had overgebracht.

Vermoedelijk had de man het vergeten; maar hij antwoordde, „dat hij er tegen op had gezien een zoo hoog geplaatst persoon in een belachelijk daglicht te stellen door over te brengen wat hij gezegd had", en sedert vernam hij niets meer van de zaak. Daardoor waren deze leeken, al deelden ze ook straffen uit aan artsen die zonder sabel om aan een ziekbed stonden, of in een tochtige barak aan de zieken mutsen lieten dragen en ze zelve opzetten hoewel er heiligenbeelden hingen, enz. ... in den omgang nog gemakkelijker dan sommige hooggeplaatste artsen, die als slachtoffers van den bureaucratischen omslag al jaren lang hun vak feitelijk met dat van administrateur verwisseld hadden.

Maar het leekenbeheer had een bittere schaduwzijde. Zieken en gewonden werden min of meer als voorwerpen van een zekeren omvang en gewicht, als vrachtgoed beschouwd. Men bracht ze op stootende karren naar veld-hospitalen die enkele honderden meters van de spoorwegstations waren opgeslagen, laadde ze daar uit en weer in, om ze naar het station te