is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26

DAGBOEK VAN EEN RUSSTSCHEN ARTS

De huizen en schuren stonden ongedeerd, met onbeschadigde deuren en ramen, en groote hoeveelheden graan lagen in de schuren. Op straat speelden Chineesche kinderen en liepen Chi neesche vrouwen onbevreesd heen en weer en vroohjk stonden de gezichten der mannen. Bij de tempels stonden Russische schildwachten en door het dorp kruisten Russische patrouilles, die tot groote verbazing van doortrekkende soldaten en kozakken, ieder gevangen namen die poogde te plunderen.

En terwijl men bijna overal telkens het meest noodige moest ontberen, had dit hospitaal steeds alles in overvloed.

Men begreep dikwijls niet waar het vandaan kwam, het was of de Chineezen het uit den grond tooverden. En terwijl men zich 's nachts overal in acht moest nemen voor de zwervende Chineesche rooverbenden, liep men in dit dorp's nachts rustig ongewapend rond.

O die rooversbenden, o die Japansche spionnen met hunne medeplichtigen ! Hoe weinige zouden er geweest zijn, als de Russen de bevolking behoorlijk behandeld hadden.

De Japansche spionnen waren overigens geen mythe, al was het door de hulp der verbitterde bevolking, die oorspronkelijk niet Japansch gezind was geweest, moeilijk ze te betrappen. Daardoor wonnen de Japanners kostbare inlichtingen in. Het bestaan dezer spionnen wekte echter een zenuwachtige spionnenvrees, en soldaten en kozakken begonnen op eigen gezag spionnen te vervolgen.

Een boer keek uit een dakraam; zou hij misschien seinen geven aan den vijand ? en een kogel trof zijn hoofd.

Een paar Chineezen liepen toevallig langs eene in het kreupelhout zorgvuldig verborgen mortierbatterij en als spionnen werden ze afgemaakt.

Ook de heliographische dienst der Russische genie wekte het wantrouwen der domme kozakken.

Eens maakte ik met een kennis een rijtoer. Op het dak eener hoeve waren twee genie-soldaten der heliographen-afdeeling aan het werk. Wij hielden halt om hen te zien seinen.

Plotseling kraakt het in een boom naast de hoeve, men hoort kogels fluiten en met bliksemsnelheid laten de geniesoldaten zich van het dak glijden. Een oogenblik daarna komen eenige kozakken aanrennen. »Zooeven hebben twee Chineezen