is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET IERSCHE VRAAGSTUK.

97

opheffing hunner particuliere grieven te verkrijgen, maar omdat zij gelooven dat zij, door hen op te wekken, de nationale beweging versterken en ons helpen om ons doel te bereiken, welk doel per slot van rekening de nationale onafhankelijkheid van Ierland is. Als een pendant voor dit alles kon men het volgende telegram beschouwen door Redmond op den 7den October j.1. aan M. J. Ryan, President der United Irish League van Amerika gezonden :

,v Er is een groote cricis in de Iersche worsteling ophanden. In de eerstvolgende weken zal er ongetwijfeld een algemeene verkiezing plaats vinden. Bij die verkiezing zal het veto van het Hoogerhuis op het spel staan en met het veto voor het Hoogerhuis zal de laatste hinderpaal voor //Home Rule" verdwijnen."1)

Wat moeten wij nu over deze verklaringen zeggen? Het tegenwoordige is een uitvloeisel van het verleden. Laat ons een blik werpen op de geschiedenis van Ierland; een korte blik op die droeve, ijzingwekkende geschiedenis zal voldoende zijn. De Ieren zijn een Keltisch volk. Hun geheele land is driemaal verbeurd verklaard ten voordeele van een vreemd ras. De Ieren zijn een Roomsch-Katholiek volk. Van af de troonsbestijging van Elizabeth tot tegen het einde der 18de eeuw heeft England er naar gestreefd, aan de Ieren door alle soorten van tirannie het Protestantisme op te dringen, terwijl hunne heilige gebouwen en kerkelijke bezittingen aan een vreemde kerk werden overgedragen. En onder de Tudors begon de economische aanval op Ierland.

Het plan (schrijft Mrs. Green) was reeds onder Hendrik VIII geheel vastgesteld. Alle inwoners zouden verbannen worden en het land voor een Engelsche bevolking opengesteld ; dan eerst zou de koning kunnen zeggen dat Ierland volkomen gewonnen was en daarna zou hij er weinig onkosten en veel voordeel, geld en genot van hebben. »Het zou niet zoo moeilijk zijn als men dacht,« zeiden Hendrik's raadslieden, som hen te verdrukken en te verbannen, want landerijen door Engelschen bezet zouden centra worden van waar de aanplantingen over

1) Ik geloof niet dat het noodig is mijn artikel te verlengen met de verwijzingen — zij liggen voor me — naar de bronnen waaruit ik deze uitingen put.

W. B. II, 1910. 7