is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PRINS ITO ALS PATRIOT EN STAATSMAN.

235

de goedkeuring en den hartelijken steun van den keizer, omdat dezs een machtige factor in de Japansche staatkunde is. Prins Ito was de eerste om dit te erkennen, en hij was er trotsch op. Toch heeft hij zelf mij verklaard, dat hij nooit de vertrekken van Zijne Majesteit betrad zonder sidderen — niet in overdrachtelijken, maar in letterlijken zin — zoo groot was zijn ontzag voor den keizer.

Opgevoed in de vereering der voorouders en in Bushido, en gesteund door het vertrouwen des keizers, heeft prins Ito geleefd in het vaste geloof, dat hij en zijn medeburgers, zooals hij het zelf uitdrukt, door de voorzienigheid geroepen waren „om een bepaald werk te doen in de wereld, en dat werk moeten wij doen, naarmate de gelegenheid zich voordoet, in nederigheid en vertrouwen. Zooals wij het opvatten, bestaat die taak daarin, dat wij strijden voor het recht, het goede verdedigen, en medehelpen om de wereld schooner en beter te maken, zoodat niemand ooit reden moge hebben te betreuren, dat Japan zijn rechtmatige plaats heeft ingenomen onder de groote mogendheden der wereld."

Te dien einde heeft hij er ook naar gestreefd om zijn landgenooten er toe te brengen vele van ouds overgeleverde vormen af te schaffen en partij te trekken van de westersche beschaving.

„Ik ben altijd gunstig gestemd geweest", zeide hij eens, „voor de beginselen der westersche beschaving en ik ben in de gelegenheid geweest mede te werken tot de groote verandering, die in mijn vaderland heeft plaats gevonden. Ih de vier en dertig jaar van mijn staatkundig leven heb ik steeds, ondanks veel tegenstand, maatregelen trachten door te voeren, die noodzakelijk waren voor de geboorte van een nieuw Japan. Van het begin af hadden wij ingezien hoe noodzakelijk het was, dat het volk van Japan niet alleen de methode der Westerlingen zou volgen, maar ook zoo spoedig mogelijk in een toestand zou komen, waarin ons onderwijs het toezicht van vreemdelingen zou kunnen missen. In de eerste tijden brachten wij vele vreemdelingen naar Japan om ons behulpzaam te zijn bij het invoeren van nieuwe leermethoden en vele andere nieuwigheden,