is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EENE HERINNERING VAN DE VRIENDSCHAPS-EILANDEN.

289

gezicht daarop bracht mij tot het dagelijksch leven terug en deed mij tot het besef van mijne overgroote vermoeidheid komen.

Ik riep naar Vika: „Ik dacht dat wij mijlen ver van uw huis verwijderd waren!"

„Neen; maar dezen weg zoudt gij in de duisternis niet hebben kunnen volgen, daarom koos ik dien te water."

Wij verdwenen in het schemerdonker van het dichte tropische woud en strompelden langs een ruwen weg naar beneden. De gevoelige planten op den grond sloten hunne blaadjes bij onze nadering; de opgeschrikte vleermuizen fladderden rond en een verstoorde papegaai toonde ons door zijn scherp uitgestooten kreten duidelijk zijn ongenoegen. In huis gaf Vika mij eene kom melk, waarin zij een lepel vol donkerbruine siroop had gemengd. Ik sliep verscheidene uren achtereen en voelde mij bij het ontwaken frisch en uitgerust.

Op de borst en de panden van mijn wit mousselinen blouse ontdekte ik vuile bruine vlekken, en om de enkels mijner kousen vond ik ranken van de kruipplanten, die in het huis van de wijze vrouw groeiden. Ben tastbaar bewijs, dat ik daar geweest was.

Den volgenden avond zetten wij de reis voort. In de schemering kwam Vika aan boord. Zij kwam in mijn hut, sloot de deur en spreidde een stuk „tappa" goed voor mij uit.

„Ik nam de lanspunt, het vergif dat ik u overhandigde, terug," zeide zij, „en breng u daarom dit in de plaats. Het is de bedekking van de wijze vrouw, waarop gij dezen nacht gerust hebt. Zooals het de wijze vrouw beschermde, zal het ook u beschermen — totdat gij wijs zult zijn geworden — totdat gij een oog zult hebben gekregen dat veel verder ziet dan de oogen uwer medemenschen." Zoo namen wij afscheid van elkander.

w. B. II, 1910.

19