is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HONGERKUREN.

307

mochten we alles volop eten, warm brood, vette sauzen, veel zoetigheid ijs, enz. De gewoonte van veel te eten hield ik ook volwassen vol. Ik was een bedrijvige gezonde jongen, van mijn zesde tot mijn twintigste jaar was ik, voor zoover ik me herinneren kan, geen dag ziek. Daarna schreef ik mijn eersten roman, waarvoor ik maanden lang 16 a 18 uur daags werkte, deels in een tent woonde, waarbij dan het eten in een braadpan werd toebereid. Toen raakte mijn digestie heelemaal in de war. Het jaar daarop na den volgenden roman werd het nog erger en moest ik een arts raadplegen, die me een spijsverteringsmiddel gaf, dat me aanvankelijk in staat stelde ^nmiddelijk na het eten weer uren aan mijn schrijftafel te gaan zitten; maar dat me na een paar jaar niet meer hielp. Toen ging ik naar een anderen arts, die me een ander drankje gaf dat me weer een paar jaar op de been hield.

Zoo bracht ik een jaar of acht door, steeds hard werkende, ongeregeld etende en dikwijls ongezond eten. Overigens geen opwekkende middelen, ik rook niet en drink noch koffie, noch thee, noch alcohol. Langzamerhand begon ik aan hoofdpijn te lijden en telkens verkouden te worden, waarvoor dan altijd wel een reden te vinden was.

Eiken winter had ik een paar maal keelpijn en ontsteking aan de amandelen. Ook leed ik wel aan slapeloosheid en voelde me soms zoo onlekker, dat ik rust moest nemen. Eerst hielpen een of twee weken rust, maar later waren een of twee maanden noodig en ten slotte verscheidene maanden. Mijn eerste verkoudheid des, zomers had ik, toen ik «The Jungles schreef. Ik logeerde buiten op een boerderij waar men aan het hooien was en men zei dat ik erge hooikoorts had. Ook begon ik aan kiespijn te lijden, enz. Enfin, mijn gestel ging steeds achteruit en te vergeefs reisde ik hadplaatsen en allerlei gezonde oorden af. Natuurlijk bestudeerde ik daar zeer allerlei hygiënische raadgevingen en zoo kwam ook Horace Fletchers boek in mijn handen. Fletcher leerde mij, dat mijn toestand het o-evolg was van overtollig en onverteerd voedsel dat in het lichaam in vergiften werd omgezet, en dat men om zijn gezondheid te bewaren langzaam moest eten, zijn eten met zorg moest kauwen •en niet meer eten dan ter voldoening van den honger dringend noodig was.

Wat soorten van eten betrof, leerde Fletcher dat men zelf wel ontdekken zou, wat goed of slecht bekwam, wat men al dan niet gemakkelijk verteren kon.

Ik begon die leer toe te passen en kauwde onvermoeid.

Maar helaas kon ik er niet achter komen, wanneer ik juist genoeg gegeten had en at ik uit gewoonte te veel.