is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (2e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIBERIA.

409

militietroep, waarbij ieder lichamelijk geschikt burger van zijn 18de tot zijn 60ste jaar als soldaat wordt ingelijfd. Ieder kleedt en wapent zich op zijn eigen kosten, komt op voor de oefeningen wanneer hij dat verkiest en doet dan wat hij voor de verdediging van het vaderland noodig oordeelt.

Aan het hoofd van het regiment van Kaap Palmas staat een kolonel, onder hem dienen majoors, kapiteins en luitenants. Het geringste in aantal zijn de eigenlijke soldaten, üe oefeningen bestaan uit maandelijksche detail-oefeningen en ééne jaarlijksche oefening in grooter verband, die met een groote parade besloten wordt. De geheele oefening is niets dan een voorbereiding voor deze parade.

Alle grootten dooreen staan daar de manschappen in hunne bonte fantasie-uniformen, die vuil en gescheurd zijn, maar met al den trots van een halfbeschaafden aanmatigenden neger. Een Engelsche uniform ziet men er vreedzaam naast een Fransche of een Duitsche.

Van de laatsten vindt men alle soorten: witte en gele dragonders, groene, blauwe en zwarte huzaren, infanterieuniformen, alles in bonte rij.

De parade bestaat alleen uit vooruit en achteruit marcheeren. Terwijl de kolonel commandeert, speelt voortdurend met inspanning van al hare krachten de uit 3 pauken, 2 trommels en verscheidene fluiten bestaande regimentskapel, die aan een troep kermismuzikanten herinnert, met dit verschil intusschen dat de negermuziek met nog wat meer uitbundigheid gespeeld of liever geslagen wordt.

De kolonel draagt de fraaiste uniform, meestal een Engelsche of Duitsche admiraalsuniform met groote epauletten.

Onder de epauletten vindt men van luitenants- tot generaals-epauletten alles vertegenwoordigd. De meest officieren dragen er twee, minder gefortuneerden slechts een. Even verschillend als de kleeding is ook de bewapening. Alle soorten van geweren treft men aan, vanaf het steenslot- tot het percussiegeweer. In Monrovia, de hoofdstad van het land, bestaat ook een troep, die zich de „Garde te paard" noemt, 't staat echter vast, dat er in geheel Liberia geen paard te vinden is. Ook is een detachement artillerie aan-