is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14

MELCHIOR DE VOGÜÉ.

en Cervantes, van die van zijn vaderland Chateaubriand en misschien nog meer de Lamartine. Ook Taine oefende invloed op hem uit. Intusschen was hier misschien meer van sympathie sprake dan van invloed, want toen de Vogüé met hem in aanraking kwam, was hij reeds te zeer gerijpt om nog sterk beïnvloed te kunnen worden. Ook wat de invloed van Chateaubriand en de Lamartine betreft, zou kunnen worden opgemerkt, dat deze twee verwante geesten eene wordingsgeschiedenis achter zich hadden die met de zijne eenige overeenkomst had, zoodat men, waar men overeenkomst vindt, hier en daar ook aan het putten uit dezelfde bronnen zou kunnen denken.

Reeds van de vroege oudheid af bereidden mannen, die zich tegenover groote stroomingen, tegenover de openbare meening zouden moeten stellen, zich in de eenzaamheid op hunne levenstaak voor. In cle eenzaamheid stapelden zij in hunne hersenen een met zorg gekozen voorraad op, neerslag van nadenken en lectuur, die later zou worden gebruikt om de later ontvangen indrukken te verwerken of te bestrijden, om te zetten in den zin van het in hoofdtrekken voor goed vaststaande karakter der persoonlijkheid. Voor den vroegrijpen de Vogüé was de jeugd zulk een tijd van eenzaamheid geweest.

Toen hij zijn stamslot verliet, was hij als persoon voltooid, gereed om indrukken te verwerken in zijn geest. Maar ook veroordeeld om, tot op zekere hoogte, steeds een eenzame te blijven in de maatschappij. Zulk een schrijver, zulk een denker moest een zeer duidelijken stempel van persoonlijkheid drukken op alles wat hij voortbracht. Zoo b.v. op de hierboven vermelde herinneringen aan zijne vijfjarige parlementaire loopbaan in Les morts qui parient. In dit boek toch stelde hij, die altijd en overal onder het tegenwoordige de sporen van het verleden zag, zich niet tegenover de levenden, maar tegenover de dooden die spraken uit hun mond, zoodat de grieven die de levenden uitten en de machten waartegen zij meenden te moeten optreden, geen grieven noch machten waren van den tegenwoordigen tijd, maar grieven van hunne voorvaderen en machten die deze moesten bestrijden. En later in le Maitre