is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetenschappelijke bladen, 1910 (4e deel) [volgno 2]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36

DE OPGRAVINGEN IN EGYPTE

tempelplateau voerde een weg uit het dal, welks afsluiting onderaan werd gevormd door een poort, die grootendeels van graniet was gebouwd. Zij lag reeds binnen de muren der stad, die zich hier aan den voet van het heiligdom uitstrekte, doch, jammer genoeg, door het water bijna geheel werd verwoest.

De ervaring bij den zonnetempel van Aboesir opgedaan heeft er toe gebracht ook bij de Pyramiden, eerst bij Aboesir en dan bij die van Gise, dergelijke poorttempels te constateeren. Zij zijn bij de Pyramiden van Aboesir ten deele nog voortreffelijk bewaard gebleven, maar overal behouden zij het karakter van een eenvoudigen poortbouw. De opgravingen aan de Pyramiden der koningen Lathures, NeferIrkere en Sahure zijn uitgevoerd door de Duitsche Oostersche-Vereeniging.

Bij Nefer-Irkere was het resultaat onbeduidend. Van de schitterende uitkomsten verkregen bij den grafbouw van Sahure is zoo goed als niets bekend gemaakt. Daarom zullen wij hier in de eerste plaats de met zoo goed gevolg ondernomen opgraving van het grafmonument van koning Lathures bespreken. Uit den poortbouw in het dal voerde een oploopende weg in schuine richting, het natuurlijke terrein volgend, naar den hoofdingang van het heiligdom.

Over een voorplein, aan welks rechter- en linkerzijde voorraadkamers lagen, betrad men een, in het midden openen zuilenhof en door dezen kwam men in een rij van vertrekken, die eigenlijk het heiligste van den tempel hadden moeten bevatten. Het heiligste moest in de eerste plaats in het midden der pyramidezijde liggen. Om technische redenen echter — men moest op zekeren afstand blijven van de pyramide van Nefer-Irkere — was de pyramide van Lathures zoo ver naar het Noorden verschoven, dat het heiligste achter den zuilenhof bijna aan den hoek der pyramide zou zijn komen te liggen.

Zoo maakte men door gangen en vertrekken die zijwaarts elkander volgden eene verbinding, die tot het echte allerheiligste met het groote voorhangsel voerde. De gang, zoowel als de vertrekken waren met groote reliëfs versierd, die, evenals te voren de reliëfs van den zonnetempel, be-